• Selecteer uw afdelingen:

  • Selecteer uw thema's:

  • Bewaar voorkeuren voor onderwerpen:

    • cancel

Agenda

Rondetafelgesprek Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte28 september 2011

Tijd 13:00 -17:00 uur
Plaats: Groen van Prinstererzaal
Soort:     Hoorzitting / rondetafelgesprek
Voortouwcommissie: Infrastructuur en Milieu  



Agendapunten:
  1. Aanbieding Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 32660-17 d.d. 14 juni 2011

Samenvatting structuursvisie Infrastructuur en Ruimte

In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. De forse bezuinigingsopgave maakt dat er scherp geprioriteerd moet worden. De financiële middelen zijn de komende jaren beperkt en private investeerders zijn terughoudender. Het kabinet kiest daarom voor nieuwe verdienmodellen en andere kostendragers. Daarbij is er volgens het kabinet nu te vaak sprake van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving of een sectorale blik. Daarom brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat (burgers en bedrijven) en laat het meer over aan gemeenten en provincies (‘decentraal, tenzij…’).

Prognoses

Het voorgestelde beleid is onder andere gebaseerd op groei van de mobiliteitsbehoefte, welvaart, werkgelegenheid en het aantal eenpersoonshuishoudens, wat er voor zorgt dat de mobiliteit richting 2040 blijft groeien. Deze ontwikkelingen vinden gelijktijdig plaats met een groei van het autobezit en het autogebruik. Dit betekent dat ook in de regio’s waar de bevolkingsomvang terugloopt de mobiliteit nog groeit. De mobiliteit groeit het sterkst in de gebieden waar zich nu al de grootste knelpunten voordoen.

Perspectief en doel

In het mobiliteitssysteem van Nederland zet het Rijk de gebruiker (zowel reiziger als verlader) centraal. De bereikbaarheid (de moeite die het gebruikers van deur-tot-deur kost om hun bestemming te bereiken uitgedrukt in tijd en kosten) is volgens het kabinet momenteel onvoldoende. Het kabinet wil de gebruiker een betere bereikbaarheid bieden door het realiseren van een robuust en samenhangend mobiliteitssysteem dat voldoende capaciteit heeft om de groei van de mobiliteit op de middellange (2028) en lange termijn (2040) op te vangen.

Voorgesteld beleid

Het kabinet zet in op de beleidsmix van slim investeren, innoveren en instandhouden. Met slim investeren worden knelpunten aangepakt waar de meeste economische waarde kan worden gegenereerd, in samenhang met de ruimtelijke ontwikkeling(en). Concreet worden op het gebied van weginfrastructuur worden wegverbindingen in de Randstad uitgebreid naar een capaciteit van 2x4 rijstroken of meer en worden de grootste bottlenecks aangepakt. Op hoofdverbindingen buiten de Randstad wil het Rijk 2x3 rijstroken de standaard laten zijn, tenzij is aangetoond dat 2x2 rijstroken ook op de lange termijn voldoende is.

Innovatie wordt ingezet om het mobiliteitssysteem beter te benutten en te verduurzamen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door gebruikers optimaal te informeren over keuzemogelijkheden en de transitie naar duurzame mobiliteit door te zetten. Instandhouden van de netwerken door goed beheer en onderhoud is het fundament voor een robuust en samenhangend netwerk.

Naast de investeringen in het mobiliteitssysteem, ziet het Rijk goede mogelijkheden om de capaciteit met innovatieve maatregelen te vergroten en tot betrouwbare reistijden te komen op de weg, vaarwegen en het spoor. Dit doet het Rijk met het programma Beter Benutten. Dit programma richt zich enerzijds op het inzetten van technische innovaties en (kleine) infrastructurele maatregelen om een betere benutting van het netwerk te bewerkstelligen. Anderzijds richt dit programma zich op innovatieve maatregelen die de vraag op piekmomenten verminderd. Beide lijnen komen samen in een pakket van multimodale maatregelen die het gebruik van de bestaande capaciteit optimaliseren. Het vernieuwende van deze aanpak is dat het ook gaat om het bieden en stimuleren van keuzemogelijkheden aan de gebruiker, waarbij technologische ontwikkelingen worden ingezet om deze keuze te faciliteren.

In de nota staan een aantal ‘nationale belangen’ geformuleerd. De voor de Rijwiel- en automobielindustrie meest relevante belangen zijn de volgende:

1. Een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren

Het in nauw overleg met het bedrijfsleven ontwikkelen van een beleidsagenda over de volle breedte van het overheidsbeleid voor de negen topsectoren;

2. Een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen

Het kader waarbinnen dit belang gediend moet worden bestaat uit:

- Het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport en de Tracéwet;

- Onderdelen uit de Nota Mobiliteit

- AMvB Ruimte - aanwijzen vrijwaringzones voor nieuwe verbindingen en uitbreidingen hoofdinfrastructuur weg en spoor

Financiering moet vooral plaatsvinden uit:

- Het infrastructuurfonds

- Publiek-private financiering en publiek-publieke financiering

- Overheveling Brede Doeluitkering naar algemene fondsen

3. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg, spoor en vaarweg

Het kader waarbinnen dit belang gediend moet worden bestaat uit:

- Besluit Ruimtelijke Ordening

- Wet Personenvervoer

- Nog op te stellen Routekaart 2050.

Hiervoor moeten verschillende (bestuurlijke) afspraken worden gemaakt:

- Afspraken met regionale overheden en bedrijfsleven over regionale maatregelenpakketten voor programma Beter Benutten;

- Afspraken tussen Rijk en decentrale beheerders over ‘verticale’ en horizontale’ integratie van het openbaar vervoersysteem inclusief het vastleggen rollen en verantwoordelijkheden tussen verschillende overheden en vervoerders;

- Ruimere openstelling spitsstroken;

- Met NS en ProRail over:

o het verbeteren van toegankelijkheid in het Openbaar Vervoer;

o Fietsvoorzieningen en transferia;

o Bijdragen aan nieuwe en opwaarderen oude P+R terreinen

o mede bijdragen aan uitbreiding fietsstallingen bij stations;

Financiering moet plaatsvinden via:

- Bestaande fiscaal gunstige regelingen voor de aanschaf en het gebruik van de fiets in de woonwerksituatie;

- Stimuleren afspraken tussen werkgevers en werknemers in het platform Slim Werken, Slim Reizen en door toegesneden fiscale regels;

4. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s

De kaders waarbinnen dit belang gediend moet worden bestaan uit:

- Onderdelen uit de Nota Mobiliteit

- Wet Milieubeheer en besluit Milieueffectrapportage;

Er worden hiervoor een aantal lijnen gevolgd. Op het gebied van:

Geluid

- Uitvoeren SWUNG 1 (rijkswegen en spoorwegen).

- Uitvoeren SWUNG 2

Lucht

- Uitvoering Europese richtlijn Luchtkwaliteit via Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL);

- Vaststellen nationale emissieplafonds op basis van NEC-richtlijn;

Externe veiligheid

- Continuering Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI);

- Continuering Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen (BEVB);

- Uitvoeren AMvB Transportroutes externe veiligheid (basisnet vervoer gevaarlijke stoffen).

Bodem en (grond)water

- Continuering Besluit bodemkwaliteit (toepassen bouwstoffen, grond en baggerspecie);

- Uitvoeren afspraken Europese Kaderrichtlijn Water en bestuursakkoord Water;

Financiering moet plaatsvinden via:

- Uitvoeren saneringopgave NSL voor rijksinfrastructuur uit Infrastructuurfonds;

- Uitvoeren spoedeisende bodemsaneringen;

- Uitvoering sanering in het kader van het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen met Externe Veiligheidgelden

- Subsidies voor geluidsaneringen voor gemeentelijke wegen en provinciale wegen;

- Meerjarenprogramma Geluidsanering 2010-2020.