• Selecteer uw afdelingen:

  • Selecteer uw thema's:

  • Bewaar voorkeuren voor onderwerpen:

    • cancel

Go!Mobility Nieuwsbrief

Nederland koploper fietsgebruik in Europa17 november 2011

Met een kwart van alle verplaatsingen speelt de fiets een grote rol in het mobiliteitsgedrag van Nederlanders. Een dergelijke omvang komt in Europa nergens anders voor, schrijft het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KIM) in de Mobiliteitsbalans 2011.

Na Nederland volgt Denemarken met een fietsaandeel van 20 procent in de mobiliteit. Goede derde is Zwitserland (11%), op de voet gevolgd door Duitsland (10%), België (8%) en Zweden (7%). Groot-Brittannië is met 2 procent hekkensluiter.
Ook het hoge aandeel van fietsverplaatsingen in sommige Nederlandse gemeenten (35 tot 40 procent van alle verplaatsingen) wordt volgens de Mobiliteitsbalans nergens ter wereld geëvenaard.
Bij de rol van de fiets gaat het niet alleen om verplaatsingen die volledig per fiets van A naar B worden gemaakt. Bij veel treinreizen wordt eveneens, tijdens en voor- of natransport naar of van het station, gebruik gemaakt van de fiets. Bijna 4 procent van alle fietsritten maakt deel uit van een verplaatsing per trein. Ruim tien jaar geleden was dit aandeel nog 2,5 procent.

Uit de Mobiliteitsbalans valt verder af te lezen dat de totale binnenlandse mobiliteit sinds 2005 voor het eerst niet meer toeneemt. Dit geldt vooral voor het autogebruik. Onduidelijk is waar dit, behalve door de kredietcrisis, door komt. De fiets vormt kennelijk één van de weinige uitzonderingen op deze ontwikkeling, want tussen 2000 en 2010 nam het aantal kilometers dat Nederlanders met de fiets aflegden met 13 procent toe. Dat komt deels door de toename van de bevolking, maar vooral doordat de reisafstanden per fiets zijn toegenomen. De opkomst van de E-bike versterkt deze trend. De afstand die forenzen met een elektrische fiets afleggen om op hun werk te komen, is anderhalf keer groter dan met een gewone fiets. E-bikekilometers betreffen met name nieuw vervoer (38%). Daarnaast komen ze in de plaats van gewone fietskilometers (35%) en autokilometers (20%), aldus het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid.