In de voorbije dagen is er media-aandacht geweest voor De eerlijke brommer-stickeractie. RAI Vereniging reageert via onderstaande weg.
Stigmatiserende actie
De afgelopen dagen berichtten verschillende media over de ‘ludieke’ stickeractie van De eerlijke brommer. Deze stickeractie, ingegeven door ongenoegen over vermeende negatieve gevolgen van scootergebruik, pretendeert schonere lucht na te streven. Door scooters te stigmatiseren doen zij echter het tegenovergestelde. Brom- en snorfietsen moeten niet gestigmatiseerd worden, maar omarmd. Zij spelen namelijk een cruciale rol bij het op een schone manier bereikbaar houden van binnensteden.
Uitstoot
De voornaamste aanklacht van de eerlijke brommer (D.E.B.) aan het adres van de scooter is die van de ‘omvangrijke’ uitstoot van ‘levensgevaarlijk’ ultrafijnstof. Deze oordelen zijn volstrekt subjectief. Feit is namelijk dat er op het gebied van deze vermeende levensgevaarlijke uitstoot geen regelgeving is. Noch over de toegestane aard, noch over de toegestane kwantiteit. Als hier afspraken en regels over zijn kan je elkaar hier op aan spreken. Zonder referentiepunt, maatstaf of richtlijn is het moeilijk om een objectief oordeel te geven over prestaties. Hoe kun je immers zeggen dat een voertuig veel uitstoot, als je niet aangeeft wat veel of weinig is? De manier waarop dit probleem in omvang wordt geschetst is hierdoor niet op waarheid in te schatten. Overigens: één van de redenen dat er geen regelgeving of juridische maatstaf is voor de uitstoot door brom- en snorfietsen kent zijn oorsprong in het feit dat de totale uitstoot van brom- en snorfietsen verwaarloosbaar is als het gaat om nationale luchtkwaliteitsdoelen.
Dit neemt niet weg dat de brom- en snorfietsindustrie niet verantwoordelijk wil zijn voor onnodige uitstoot, of dit nu schadelijk is of niet, en of het nu veel of weinig betreft. Daarom heeft zij honderden miljoenen euro’s geïnvesteerd in schone twee- en viertakt motoren. Belangrijker nog is de introductie van elektrische brom- en snorfietsen. Het spectaculair groeiende aantal elektrische scooters heeft als grote voordeel dat zij geen uitstoot hebben. Noch van geluid, noch van deeltjes. Door in te zetten op elektrische scooters hoeft de discussie over omvang en schadelijkheid niet eens gevoerd te worden. Immers: de aanklacht van D.E.B. is voor deze voertuigen op voorhand ongegrond.
Overlast
De tweede aanklacht van D.E.B. richt zich op de overlast van brom- en snorfietsen. Bromfietsen zouden op het fietspad rijden (binnen de bebouwde kom niet toegestaan), snorfietsen zouden qua ruimte concurreren met de fiets en beiden zouden massaal opgevoerd zijn. Het eerste punt lijkt feitelijke onderbouwing te missen. Het tweede punt is mogelijk waar. In dit geval is het vooral zaak dat wegbeheerders hier aandacht aan besteden en fietspaden verbreden waar deze te smal zijn om tweewielers (fiets, snorfiets, bakfiets) elkaar te laten passeren. Het derde punt is ten dele waar en wordt dan ook door politie, justitie, de BSF-sector en verzekeraars erkend (zij het dat er te twisten is over de omvang). Voor deze partijen is het hoe dan ook genoeg reden om in gezamenlijkheid in te zetten op het terugdringen van het opvoeren. Blijft echter staan dat de aanklacht zich moet richten op de overtreder (degene die zijn scooter opvoert) en niet op het voertuig. Ook in dit geval is de aanklacht in deze vorm dus ongegrond. Niet het voertuig is ‘oneerlijk’, maar de gebruiker is dit door de wet te overtreden. Niet ‘verkettering’ maar ‘handhaving’ is hier het sleutelwoord.
Ongegronde aanklachten leiden tot gemiste kansen op schone stad
Door op deze manier de scooter te stigmatiseren worden kansen op een schonere stad gemist. Nieuwe brom- en snorfietsen zijn (helemaal als ze elektrisch zijn) schoon. In een steeds dichter bevolkt land als Nederland bieden zij daarom enorme kansen. Zij zijn immers een volwaardig en schoon alternatief voor andere (vervuilende) vervoerssoorten. Daarnaast kennen zij een beperkt ruimtebeslag en zijn zij een betaalbaar vervoersmiddel voor grote groepen reizigers. Reizigers die in ons land in overgrote meerderheid slechts heel beperkte afstanden overbruggen, en dit dus prima per (elektrische) brom- of snorfiets kunnen doen. Deze (objectieve) voordelen van de brom- en snorfiets worden door de initiatiefnemers van de eerlijke brommer niet genoemd. Hun bedoelingen zijn ongetwijfeld oprecht, maar hun eerlijkheid is wel uiterst subjectief. Hierdoor missen zij de kans om dichter bij het met de sector gedeelde doel van schonere lucht te komen. Deze ligt namelijk bij de verkettering van de (elektrische) brom- en snorfiets, maar bij het gebruik ervan.