Achtergrondinformatie

Klimaatontwikkelingen
Uitstoot van CO2 door het gebruik van fossiele brandstoffen voor onze energievoorziening is het grote thema op de korte en middellange termijn. De voorraden fossiele brandstoffen raken vroeg of laat uitgeput. Het gevolg hiervan is dat de brandstofprijzen sterk zullen stijgen. Daarnaast zijn er sterke aanwijzingen dat de aarde opwarmt ten gevolge van de uitstoot van CO2 door verbranding van fossiele brandstoffen.
De auto-industrie zal hierop inspelen met zuiniger technologieën en voertuigen die geschikt zijn voor het rijden op biobrandstoffen. Maar ook de berijder zal zijn gedrag moeten aanpassen.
Op korte termijn moet een oplossing voor het energievraagstuk gevonden worden. Dat maakt allerlei duurzamere energievormen aantrekkelijk.
Broeikasgassen
De uitstoot van broeikasgassen (zoals CO2 en methaan) heeft een effect op het klimaat. Hoewel niet wetenschappelijk aangetoond, zijn er sterke aanwijzingen dat de stijgende hoeveelheid broeikasgassen in de lucht zorgt voor opwarming van de aarde. De consequenties van dit effect zijn zo verstrekkend zijn dat dit onderwerp niet genegeerd mag worden. Omdat de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd gevolgen heeft voor de leefomgeving wordt er getracht op mondiale schaal afspraken te maken.
Mondiale, Europese en nationale afspraken
Het Kyoto protocol was de eerste (deels geslaagde) poging om wereldwijd afspraken te maken over de uitstoot van broeikasgassen. Enkele grote partijen, zoals de Verenigde Staten en China, weigerden dit protocol echter te ondertekenen. Tijdens de conferentie op Bali was de inzet om tot een reductie van de uitstoot van deze gassen te komen van 30% in 2020 ten opzichte van het niveau van 1990. Ook hier werd geen overeenstemming bereikt.
Daarom heeft de Europese Unie eenzijdig besloten tot een reductie van 20% in 2020 met de mogelijkheid dit doel hoger te stellen als er mondiale afspraken gemaakt worden over reductie van broeikasgassen. De Europese Unie laat de lidstaten vrij om zelf invulling te geven aan deze reductie.
Nederland heeft besloten dit te doen door convenanten in de vorm van sectorakkoorden te sluiten met de sectoren industrie, energieproducenten, mobiliteitsbranche, landbouw en de burgers. Komen deze afspraken er niet, dan zal de overheid overgaan tot wetgeving.
De sectorakkoorden geven de overheid en de samenleving de mogelijkheid om zo efficiënt mogelijk invulling te geven aan de doelstelling. Daarbij wordt een strak langetermijnbeleid vastgelegd, met stimulansen van de overheid en evaluatiemomenten.
Aangezien de mobiliteit in Nederland van essentieel economisch belang is, en sterk groeit, heeft de overheid besloten om van de mobiliteitssector te eisen dat in 2020 het niveau van 1990 bereikt wordt. Dit houdt concreet in dat er in 2020 maximaal 30-34 Mton aan CO2 uitgestoten mag worden, een reductie van 13 tot 17 Mton ten opzichte van een scenario waar geen maatregelen getroffen worden. Het wegverkeer is verantwoordelijk voor het leeuwendeel van deze uitstoot. De overige transportmodaliteiten via de lucht, het water en het spoor, spelen hierin een ondergeschikte rol.
Project CO2 reductie 2020
Voor het halen van de doelstellingen uit het sectorakkoord voor de mobiliteitssector heeft RAI Vereniging een project opgestart met ingenieursbureau CE. Doel is om met een plan (op hoofdlijnen) te komen met haalbare en uitvoerbare maatregelen.
De integrale aanpak (integral approach) is gekozen als uitgangspunt voor het project. Hierbij wordt gelijke aandacht gegeven aan technologie, gedrag van de bestuurder en biobrandstoffen. Uitwerking van de integrale aanpak staat in het document ‘Minder kilometers met efficiëntere voertuigen en de juiste brandstoffen’.
De maatregelen zijn op te delen in enkele maatregelen met groot effect en een veelvoud aan maatregelen met minder effect.
Maatregelen met groot effect:
- 130 g/km eis voor personenauto’s - reductie ongeveer 5,5 Mton
- Anders Betalen voor Mobiliteit - reductie ongeveer 4 Mton
- Biobrandstoffen - reductie ongeveer 2 Mton (10% biobrandstoffen)
Maatregelen met minder effect:
- Het Nieuwe rijden
- Zuinige banden (gebeurt voor nieuwe auto’s autonoom door richtlijn vanuit Brussel)
- Efficiënte airco’s (gebeurt autonoom door richtlijn vanuit Brussel)
- Lage-viscositeitoliën
- Bandenspanningindicatoren (gebeurt voor nieuwe auto’s autonoom door richtlijn vanuit Brussel)
- Stimuleren fietsgebruik voor woon-werk verkeer
- LZV’s en langere voertuigen
- Aerodynamica truckcombinaties
- Logistieke optimalisatie
Deze maatregelen liggen qua reductiepotentieel beneden 1 Mton.
Om tot de gevraagde reductie van CO2 te komen, is het niet voldoende om alleen de grote brokken uit te voeren. Er zullen een fors aantal kleinere maatregelen gestapeld moeten worden. Met deze maatregelen leveren gezamenlijk tussen 10 en 17 Mton aan CO2-reductie op. Daarmee lijken de doelstellingen voor 2020 haalbaar.