Autokostenforfait

Bijtelling
Het autokostenforfait is een belasting op het privé-gebruik van de auto van de zaak, bedoeld voor mensen die van hun werkgever of van hun eigen bedrijf een auto voor privé-doeleinden ter beschikking hebben.
Sinds 1 januari 2008 bedraagt de bijtelling 25% van de cataloguswaarde van de auto. Het percentage is ongeacht het aantal privé gereden kilometers. Hier is een uitzondering op wanneer minder dan 500 km privé wordt gereden en een sluitende rittenadministratie kan worden overlegd. De bijtelling bedraagt dan nihil.
Differentiatie van het autokostenforfait naar milieukenmerk
Sinds 2008 is naast het tarief van 25% een tweede, sterk gereduceerd tarief van 14% geïntroduceerd voor zeer zuinige personenauto’s. Om hiervoor in aanmerking te komen dient de CO2-uitstoot voor auto’s met een benzinemotor minder of gelijk aan 110 gr/km te zijn. Voor auto’s met een dieselmotor is dit minder of gelijk aan 95 gr/km CO2- uitstoot. Vanaf 2009 is er nog een derde categorie van toepassing voor zuinige auto’s, namelijk 20%. Deze is van toepassing voor benzinemotoren die 111 t/m 140 gr/km CO2 uitstoten en dieselmotoren die 96 t/m 116 gr/km CO2 uitstoten. Deze grenzen blijven tot 1 juli 2012 van toepassing. Daarna worden zij jaarlijks naar beneden aangepast. Met ingang van 1 januari 2012 wordt er eveneens een nultarief ingevoerd voor auto's die niet meer dan 50 gram CO2 per kilometer uitstoten.
Met ingang van 1 juli 2012 liggen de uitstootgrenzen als volgt:
benzine
0%: 50 gram of minder CO2 per kilometer
14%: 51 tot en met 102 gram CO2 per kilometer
20%: 103 tot en met 132 gram CO2 per kilometer
25%: 133 gram CO2 per kilometer
diesel
0%: 50 gram of minder CO2 per kilometer
14%: 51 tot en met 91 gram CO2 per kilometer
20%: 92 tot en met 114 gram CO2 per kilometer
25%: 115 gram CO2 per kilometer
De benzine- en dieselgrenzen groeien via jaarlijkse aanpassing langzaam naar elkaar toe tot gelijke waarden in 2015.
Auto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km die voor 1 januari 2012 onder het 14% bijtelling tarief vallen en die in december 2011 geregistreerd worden, mogen met ingang van 1 januari 2012 een beroep doen op het nihiltarief. Auto’s houden het tarief voor een periode die gelijk is aan de standaard leaseperiode, rekenend vanaf het moment dat de auto voor het eerst op kenteken is gesteld. Het ministerie van Financiën heeft de standaard leaseperiode bepaald op 60 maanden.
Van inkomstenbelasting naar loonbelasting
Met ingang van 1 januari 2007 wordt de bijtelling voor de auto van de zaak maandelijks door de werkgever verrekend via de loonbelasting. Vóór deze datum diende de belastingplichtige de auto zelf aan te geven voor de inkomstenbelasting.
Sluitende rittenadministratie
Wanneer minder dan 500 km privé wordt gereden en een sluitende rittenadministratie kan worden overlegd, dan bedraagt de bijtelling nihil. Om aan de bijtelling te ontkomen, dient de werknemer zelf aan te tonen dat er minder dan 500 kilometer privé is gerende in een jaar. Hiervoor dient een sluitende rittenadministratie te worden overlegd, die voldoet aan vermelding van:
- Begin- en endstand van de kilometerteller per rit
- Adres van vertrek en bestemming
- Gereden route wanneer deze afwijkt van de meest gebruikelijke
- Aard van de rit (zakelijk of privé)
Om te voorkomen dat de werkgever al maandelijks een inhouding verricht voor de bijtelling, kan de werknemer een ‘verklaring van géén privé-gebruik’ overleggen. Dit ontslaat hem echter niet van de verplichting tot het bijhouden van de rittenadministratie.
Bijtelling grijs kenteken (bestelauto)
De regels voor de bijtelling bij een bestelauto zijn over het algemeen gelijk aan die voor een personenauto. Bin de bestelauto moet er echter rekening mee worden gehouden dat de grondslag voor de bijtelling wordt gevormd door de catalogusprijs inclusief de BTW en de BPM, ondanks dat de BTW doorgaans kan worden afgetrokken en de BPM feitelijk niet verschuldigd is wanneer de auto meer dan bijkomstig wordt gebruikt in het kader van de onderneming.
Meer informatie is te vinden op de volgende sites