De markt voor automotive onderdelen en accessoires in Nederland wordt gekenmerkt door twee aspecten. Van oudsher is er sprake van een sterke scheiding tussen het gebonden kanaal en het aftermarket kanaal.
Tegelijkertijd is er een groot aantal dwarsverbanden tussen producenten en leveranciers in de verschillende lagen van de distributiekolom.
Original equipment
Binnen het gebonden kanaal of dealerkanaal vallen de producenten, importeurs en dealers van nieuwe auto’s. Nieuwe auto’s worden voornamelijk in het buitenland geproduceerd en vervolgens door fabrieksimporteurs en nog enkele zelfstandige importeurs in Nederland geïmporteerd. Op het moment zijn er circa 30 importeurs van nieuwe auto’s in Nederland. De importeurs maken voor de verkoop van de nieuwe auto’s gebruik van een select aantal autobedrijven (circa 3000) die het alleenrecht op de verkoop van auto’s van het betreffende merk voor een bepaalde regio hebben gekregen. Voor het onderhoud aan en repareren van deze nieuwe auto’s maken de dealers voornamelijk gebruik van zogenaamde eerste montage onderdelen, ook wel original equipment (OE) of 'captive parts' genoemd. Dit zijn onderdelen die door de autoproducenten worden gebruikt bij de productie van nieuwe auto’s. Deze onderdelen worden vaak op de markt gebracht onder de naam van het automerk en door de auto-importeurs aan de merkdealers verkocht.
Universele onderdelen
Naast het gebonden kanaal bestaat er een aanzienlijke markt voor het onderhoud van en de reparaties aan auto’s, het universele kanaal. Aangezien het prijsniveau van de merkdealers in het algemeen hoger ligt dan het prijsniveau van algemene, merkonafhankelijke garages, is het voor consumenten met een auto ouder dan vier jaar vaak aantrekkelijk om naar deze universele garages te gaan voor onderhoud en reparatie. Na vier jaar worden de meeste auto’s namelijk door de eerste eigenaar ingeruild en komen in het occasion-circuit terecht. Deze garages maken voor het onderhoud en de reparaties gebruik van zogenaamde aftermarket onderdelen.
Diversiteit
De aftermarket voor personenauto-onderdelen wordt gekenmerkt door een grote diversiteit aan merken en prijsniveaus. Er zijn merken die geproduceerd worden door de fabrieken die ook eerste montage onderdelen leveren, maar ook specifieke aftermarket merken of huismerken van importeurs of grossiersorganisaties. Deze worden in het algemeen geproduceerd door de zogenaamde Independant Aftermarket producenten en door importeursbedrijven of fabrieksagenten op de Nederlandse markt gebracht.
Aftermarket bedrijven
Momenteel zijn er circa 100 importeurs van universele aftermarket onderdelen in Nederland actief. De voornaamste afnemers van de importeurs bestaan uit de universele groothandels. Onderzoek leert dat 80% van de importeurs zijn producten distribueert via grossiers. Via dit afzetkanaal realiseert men de helft van de omzet.
Grossiers
Er zijn circa 450 vestigingen van grossiersbedrijven in Nederland. Het gaat hierbij meestal om kleine zelfstandige bedrijven, de helft van de bedrijven heeft minder dan 5 personeelsleden in dienst, maar er zijn ook enkele grote ketens zoals Brezan en AD. Grossiers zijn traditioneel echte handelaren en zijn dan ook op vele fronten actief bij het realiseren van hun omzet. Hun belangrijkste klantenkring bestaat uit de ruim 4.500 universele garages. Deze bedrijven zijn verantwoordelijk voor circa de helft van de omzet van universele grossiers. Daarnaast verkopen zij echter producten aan dealerbedrijven, industriële bedrijven, schadeherstelbedrijven en fast fitters. Ook levert men direct aan consumenten.
Fastfitters
Naast de merkdealers en de merkonafhankelijke autobedrijven zijn er ook nog fastfit-organisaties en schadeherstelbedrijven actief op de markt voor onderhoud en reparatie van personenauto's. Fastfitters hebben zich toegelegd op enkele specifieke onderdelen van reparatie en onderhoud zoals banden, uitlaten en schokdempers. Door een efficiënte bedrijfsvoering en intensieve marketing zijn zij er in geslaagd een deel van de consumentenmarkt naar zich toe te trekken. Als gevolg van nieuwe wetgeving en technologische ontwikkelingen wordt het voor individuele autobedrijven steeds moeilijker om nog zelf reparaties aan het casco van auto’s uit te voeren. De investeringen die hiermee gemoeid zijn staan in geen verhouding tot de omzet die een autobedrijf hiermee kan realiseren.
Schadeherstelbedrijven
Als gevolg hiervan zijn zogenaamde schadeherstelbedrijven ontstaan. Dit zijn bedrijven die zich hebben gespecialiseerd in deze reparaties. Dealerbedrijven en universele garages kunnen hun schadereparaties hier uitbesteden. Deze schadeherstelbedrijven maken in hun bedrijfsproces echter vrijwel uitsluitend gebruik van eerste montage plaatwerk, ook onder invloed van het modellenrecht.
De fastfitsector bestaat in het algemeen uit franchise-organisaties die hun eigen netwerk voor de inkoop en distributie van onderdelen hebben. Men maakt slechts in beperkte mate gebruik van universele importeurs en grossiers voor de inkoop van onderdelen.
Onderhoudsmarkt
Het gemiddeld bedrag dat de Nederlandse consument per jaar besteedt aan onderhoud en reparatie van auto’s lag in 2010 volgens onderzoeksburo GfK rond de € 670.
De totale markt voor onderhoud en reparatie bedraagt jaarlijks naar schatting 6,3 miljard euro waarvan ruim 40% in het dealerkanaal wordt omgezet, een derde in het merkonafhankelijke kanaal en een kwart bij schadeherstelbedrijven en fast fitters. Aan reparaties en onderhoud van personenauto's werd in 2010 naar schatting 4,5 miljard uitgegeven en aan schadereparaties ruim 1,7 miljard.
Garage-uitrusting
Voor het uitvoeren van reparaties en onderhoud hebben de autobedrijven behalve onderdelen natuurlijk ook gereedschap nodig.
De markt voor garage-uitrusting is overzichtelijker dan de markt voor personenauto-onderdelen.
In de eerste plaats is er geen onderscheid tussen OE-producten en aftermarket producten. Er zijn wel kwaliteitsverschillen maar deze komen voornamelijk tot uitdrukking in prijsverschillen. Producenten van garage-uitrusting leveren dan ook voornamelijk aan importeurs. Het gaat hierbij overigens meestal om andere importeurs dan de importeurs van personenauto-onderdelen. De verkoop van garage-uitrusting is een specialisatie. Auto-importeurs nemen naar verhouding weinig producten af van equipment producenten.
Aangezien het bij garage-uitrusting vaak om gespecialiseerde en dure apparatuur gaat, worden de producten in veel minder grote aantallen verkocht dan in het geval van de onderdelen. De rol van grossiers in de keten is dan ook beperkt. De importeurs verkopen in het algemeen direct aan de dealers, garages, schadeherstelbedrijven en fast fitters.
Handgereedschap en eenvoudige apparatuur worden wel voornamelijk via de grossiers verkocht. De marktomvang voor garage-uitrusting wordt geschat op ruim 110 miljoen euro, de markt voor handgereedschap op 25 miljoen euro per jaar.
Nadere informatie
Onder het hoofdstuk Publicaties vindt u een aantal onderzoeksrapporten die de ontwikkelingen op de Nederlandse en de Europese aftermarket gedetailleerder beschrijven
Leden van de afdelingen Auto's en Autovak kunnen ook onderstaand een uitgebreidere analyse van de aftermarket downloaden: