In sommige landen kunnen auto’s wel 17 jaar oud worden, zoals het geval is in Griekenland en Estland. In Nederland, waar ruim de helft (51%) van het personenautopark ouder is dan 10 jaar, bedraagt de gemiddelde leeftijd 11,7 jaar. In de meeste omringende landen zijn auto’s aanzienlijk jonger: België 9,8 jaar, Denemarken 8,9 jaar, Duitsland 10,0 jaar, Ierland 9,1 jaar en Luxemburg 7,9 jaar.
Vrachtwagens zijn doorgaans het oudste voertuigtype, waarbij het EU-gemiddelde 13,9 jaar bedraagt, terwijl het gemiddelde voor zowel bussen als bestelwagens 12,5 jaar bedraagt. In Nederland zijn zowel trucks als bestelwagens gemiddeld 10 jaar oud.
EV-aandeel beperkt
Het toenemende aantal verouderende voertuigen op de wegen versterkt het belang van het versnellen van de introductie van batterij-elektrische en andere emissievrije modellen in Europa, stelt ACEA. Dat percentage blijft, ondanks een aandeel van inmiddels 15 procent in de Europese verkopen, vooralsnog beperkt. Want batterij-elektrische voertuigen vertegenwoordigen op dit moment nog slechts 1,2 procent van het wagenpark in de EU.
Bredere randvoorwaarden
Het rapport laat zien dat wetgevende doelstellingen weliswaar veranderingen kunnen helpen sturen, maar dat dit slechts een deel van de puzzel is voor het CO2-vrij maken van het wegvervoer. Europa heeft behoefte aan een bredere reeks randvoorwaarden, zoals laadinfrastructuur en aankoop- en belastingstimulansen, om de vraag te stimuleren en voertuigen op de Europese wegen aan te vullen met de schoonste en groenste modellen.


