Digitale tachograaf - Europese basis

28-11-2013

De regelgeving rondom de tachograaf en de rij- en rusttijden van het beroepsvervoer over de weg is voornamelijk gebaseerd op twee Europese Verordeningen.

Het betreft hier:

Verordening (EG) nr. 3820/85 heeft met ingang van 29 september 1986 de voorschriften van sociale aard (dus de omvang van de toegestane rij- en rusttijden) geregeld en is met ingang van 10 april 2007 vervangen door Verordening (EG) nr. 561/2006.

Verordening (EG) nr. 3821/85 die de installatie en het gebruik van de tachograaf in de Europese Unie verplicht heeft gesteld met ingang van 29 september 1986. Het betreft voertuigen die in een lidstaat zijn ingeschreven en die bestemd zijn voor het wegvervoer van personen of van goederen. Hiervan zijn uitgezonderd de voertuigen benoemd in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 561/2006. Dit betreft de volgende Europese uitzonderingen:

  • voertuigen die gebruikt worden voor geregelde diensten van personenvervoer over een traject van niet meer dan 50 km
  • voertuigen waarvan de toegestane maximumsnelheid niet meer dan 40 km per uur bedraagt
  • voertuigen van, of zonder bestuurder gehuurd door, de strijdkrachten, civiele bescherming, brandweer en korpsen voor de handhaving van de openbare orde voor zover het vervoer plaatsvindt in het kader van de taak waarmee deze organen zijn belast en onder hun controle valt
  • voertuigen, met inbegrip van voertuigen gebruikt bij niet-commerciële vervoersoperaties met betrekking tot humanitaire hulp, die gebruikt worden in noodsituaties of voor reddingsoperaties
  • speciaal voor medische doeleinden gebruikte voertuigen
  • voertuigen die speciaal zijn uitgerust voor reparaties en wegslepen, binnen een straal van 100 km rond hun standplaats
  • voertuigen die op de weg worden beproefd met het oog op de technische ontwikkeling, reparatie of onderhoud, en nieuwe of vernieuwde voertuigen die nog niet in gebruik zijn genomen
  • voertuigen of een combinatie van voertuigen die worden gebruikt voor niet-commercieel goederenvervoer en waarvan de toegestane maximummassa niet meer dan 7,5 ton bedraagt
  • commerciële voertuigen die krachtens de wetgeving van de lidstaat waar ermee wordt gereden een historisch statuut hebben, en die voor niet-commercieel vervoer van personen of goederen worden gebruikt

 

Naast de Europese uitzonderingen, zijn er ook nog nationale uitzonderingen.