BPM op bestelauto's

Bestelwagens en van personenauto’s afgeleide bestelwagens zijn onder voorwaarden vrijgesteld van BPM. Deze eisen moeten voorkomen dat particulieren dergelijke voertuigen aanschaffen en gebruiken en daarmee op eenvoudige wijze de BPM-heffing ontwijken.

Tot 2007 werd op nieuwe bestelauto’s BPM geheven die door ondernemers direct teruggevraagd kon worden. Met ingang van 1 januari 2007 is deze systematiek gewijzigd. Ondernemers hoeven de BPM niet meer voor te schieten en krijgen de bestelauto met een BPM vrijstelling bij levering. Men doet dan een beroep op de Ondernemersregeling.

BPM-plicht

Dit betekent overigens niet dat er geen BPM meer op de bestelauto rust. Niet-ondernemers kunnen de BPM niet terugvragen. Bij aanschaf van een nieuwe auto met grijs kenteken wordt deze voor de BPM vijf jaar gevolgd. Wordt de auto binnen deze vijf jaar verkocht aan een particulier of houdt de ondernemer op met het ondernemen, dan is een bedrag aan rest BPM verschuldigd. De hoogte van de rest BPM is afhankelijk van de leeftijd van de auto op het moment van overdragen of stoppen van het bedrijf. Bij overdracht aan een andere ondernemer is geen BPM verschuldigd. Nadat de bestelauto vijf jaar oud is mag deze aan een particulier verkocht worden zonder rest BPM heffing.

Voorwaarden vrijstelling – Ondernemersregeling
Ondernemers die voldoen aan de voorwaarden van de ondernemersregeling hoeven voor een bestelauto geen BPM te betalen.

Bestelauto's met een datum eerste toelating op de openbare weg vanaf 1 juli 2005 zijn onder voorwaarden vrijgesteld van BPM. De belangrijkste voorwaarde is dat meer dan 10% van de per jaar gereden kilometers met zakelijk doel gereden worden.

Er moet alsnog een deel van de verschuldigde BPM betaald worden als:

  • de bestelauto omgebouwd wordt tot personenauto
  • de bestelauto binnen 5 jaar na aanschaf verkocht wordt aan een particulier
  • de onderneming stopt

Als de bestelauto voor minder dan 10% van de gereden kilometers voor de onderneming gebruikt wordt, dan mag er geen gebruik gemaakt worden van de ondernemersregeling en moet er wel BPM betaald worden.

BPM tarieven
De Belastingdienst berekent de BPM voor een bestelauto alleen over de netto-catalogusprijs.

Netto-catalogusprijs
De netto-catalogusprijs is de catalogusprijs min de omzetbelasting (BTW). De catalogusprijs is de verkoopprijs die de fabrikant of importeur van de bestelauto in Nederland adviseert. Bij een nieuwe bestelauto geldt de catalogusprijs van de datum waarop het voertuig een kenteken krijgt. Bij een gebruikte bestelauto geldt de catalogusprijs van de datum waarop het voertuig voor het eerst in gebruik is genomen.

Extra opties, accessoires en bijzondere uitvoeringen
Onderdeel van de netto-catalogusprijs zijn ook:

  • extra opties die door of namens de importeur of fabrikant zijn aangebracht
  • accessoires die door of namens de importeur of fabrikant zijn aangebracht
  • meerkosten voor bijzondere uitvoeringen

Hierover moet dus ook BPM betaald worden. De Belastingdienst controleert de bestelauto op opties en accessoires.

Berekening van de BPM
Het BPM-tarief voor bestelauto's bestaat uit:

  • een percentage van de catalogusprijs
  • eventueel een verminderings- of vermeerderingsbedrag (afhankelijk van de brandstofsoort)

Afhankelijk van de CO2-uitstoot van de bestelauto hoeft er geen BPM betaald te worden. Bestelauto’s die geen CO2 uitstoten hoeven geen BPM te betalen.

Gerelateerde dossiers