Visie op toekomstige autobelastingen

RAI Vereniging en BOVAG willen Nederland mobiel houden op een duurzame manier.

Visie op toekomstige autobelastingen

Dit betekent dat we verstandig blijven autorijden en goed bereikbaar zijn. Dat we de (Europese) milieudoelen voor 2020 op het gebied van zuinige auto’s, CO2-uitstoot, luchtkwaliteit en geluid realiseren. Dat we stapsgewijs minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen. En dat we de ontwikkeling volhouden dat auto’s en automobiliteit steeds veiliger worden.

Daling belastingdruk
Dit streven sluit naadloos aan bij de lange termijn visie en de R&D-inspanningen van de autobranche richting 2030. RAI Vereniging en BOVAG willen daarnaast dat de belastingdruk op automobiliteit eerder daalt dan stijgt, omdat Nederland nu al behoort tot de landen in de EU met de grootste autobelastingdruk.

Hierbij hoort dat de sector niet gestraft wordt met belastingverhogingen als het vergroeningsbeleid succesvol is en auto’s aanzienlijk zuiniger worden waardoor de belastinginkomsten dalen. De sector wil tot slot dat bedrijven in de autobranche ook economisch gezien een duurzame toekomst hebben. Ambitieuze doelen, maar tezamen haalbaar.

Faire behandeling auto
RAI Vereniging heeft samen met BOVAG een aantal criteria opgesteld voor het ontwikkelen, aanpassen en beoordelen van autobelastingen. Deze criteria zijn:

  • De auto moet in verhouding met andere belastinggrondslagen fair worden behandeld. Op dit moment behoort Nederland tot de landen in de EU met de grootste autobelastingdruk. De autobelastingdruk moet daarom wat de RAI Vereniging en BOVAG betreft eerder dalen dan stijgen richting 2020. Een stijging zou slecht zijn voor het draagvlak bij consumenten en het bedrijfsleven. Verschuivingen tussen rijksbelastingen zijn wel mogelijk. De provinciale opcenten worden wat RAI Vereniging en BOVAG betreft vervangen door een niet aan de auto gerelateerde provinciale belasting.
  • De grondslagen en tarieven moeten effectief zijn voor het realiseren van het streefbeeld 2020 en passend voor het doel dat ze dienen. Dit betekent ook dat de autobelastingen niet mogen leiden tot disproportionele voor- of nadelen.
  • Fiscale voordelen moeten zijn gebaseerd op echte maatschappelijke voordelen van een type brandstof of voertuig. Belastingen moet zo veel mogelijk aansluiten bij het Europese beleid opdat de kans dat autofabrikanten er op inspelen het grootst is.
  • De autobelastingen moeten efficiënt zijn en geen onnodige administratieve lastendruk veroorzaken.
  • De autobelastingen moeten draagvlak hebben bij politiek en samenleving en goed uitlegbaar zijn.
  • De autobelastingen moeten voorspelbaar en robuust zijn. Ze mogen niet te vaak en zeker niet schoksgewijs veranderen. Veranderingen dienen geleidelijk en voorspelbaar te zijn voor de sector en de consument, om te kunnen anticiperen en restwaarde-effecten te dempen. Voldoende leadtime voor importeurs, autobedrijven en consumenten om zich aan te passen aan het nieuwe belastingregime is een bruikbare norm voor geleidelijkheid. Voldoende leadtime betekent minimaal zes maanden voor korte termijn maatregelen binnen het bestaande systeem en minimaal drie tot vier jaar bij systeemwijzigingen.
  • De autobelastingen moeten uiteindelijk technologieneutraal zijn; de overheid stuurt op doelen en niet op technieken. Alleen specifieke veelbelovende doorbraaktechnologieën met grote maatschappelijke voordelen kunnen zo nodig tijdelijk gestimuleerd worden, als ze voldoen aan een aantal nader te definiëren criteria. Hiervoor wordt een ‘supercredit’ klasse geformuleerd.

 

RAI Vereniging heeft in samenwerking met BOVAG de BPM, de MRB, de accijnzen en de fiscale bijtelling beoordeeld op bovenstaande criteria. Uit deze beoordeling volgen drie conclusies:

  1. De bestaande vergroening van de BPM, de MRB en de bijtelling heeft disproportionele en ongewenste, marktverstorende effecten. Kleine uitstootverschillen kunnen grote effecten hebben. Verder zullen steeds progressievere CO2 tarieven de BPM op vooral personenbusjes met soms tientallen procenten laten stijgen.
  2. De verschillende fiscale behandeling van brandstoffen werkt de introductie van nieuwe alternatieve brandstoffen tegen en is op middellange termijn onterecht.
  3. De BPM, de MRB en de bijtelling belasten allemaal het bezit of de aankoop in plaats van het gebruik. Belasting op het gebruik is uiteindelijk echter de ‘duurzaamste’ manier van belasting heffen.

 

Samen met BOVAG heeft RAI Vereniging een visiedocument opgesteld waarin uitgelegd wordt hoe we bovenstaande doelen willen bereiken in de komende jaren.

Gerelateerde dossiers