KPMG-onderzoek naar BPM-effect van de WLTP-overgang

25 mei 2020

KPMG heeft eind 2019 in opdracht van RAI Vereniging en BOVAG onderzoek gedaan naar de effecten van de WLTP-overgang op de hoogte van de BPM.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat de Nederlandse autokoper in 2020 structureel zo’n 200 miljoen euro te veel aan BPM betaalt. Daarbij worden kleinere auto’s relatief het hardst geraakt. Daarnaast vloeit er tot half 2020 ruim 600 miljoen BPM te veel naar de schatkist.

De fors hogere BPM-inkomsten – de luxebelasting op de aanschaf van auto’s - voor de schatkist zijn het gevolg van de invoering van de nieuwe WLTP-emissietestmethode, die sinds 1 september 2017 de oude ‘NEDC’-methodiek is gaan vervangen en een realistischer beeld geeft van de werkelijke CO2-uitstoot. Gevolg van deze overgang is dat de gemeten CO2-waarde voor exact dezelfde auto op papier hoger uitvalt. Omdat in Nederland de hoogte van de BPM wordt bepaald op basis van de CO2-uitstoot, stijgt ook de gemiddelde BPM op een auto. Om die reden past het ministerie van Financiën vanaf 1 juli 2020 de BPM-tabel permanent aan de nieuwe WLTP-waarden aan.

Op basis van een grondige studie door KPMG  stellen BOVAG en RAI Vereniging twee zaken vast. Ten eerste int de schatkist in de overgangsperiode van 2018  tot 1 juli 2020 honderden miljoenen aan extra BPM-inkomsten. Ten tweede is de aangekondigde aanpassing van de BPM-tabel per 1 juli 2020 niet voldoende om deze onbedoelde meeropbrengst helemaal terug te draaien, waardoor de overheid ook structuréél 200 miljoen extra aan BPM-inkomsten binnenharkt, waarbij de kleinere modellen relatief het hardst geraakt worden.

Meer dan 600 miljoen extra naar schatkist
Staatssecretaris Snel concludeerde eerder op basis van TNO-onderzoek dat de WLTP-emissietest in de overgangsperiode weinig effect heeft op de BPM-hoogte van een nieuwe auto. De hogere BPM-inkomsten in die periode zijn volgens Snel het gevolg van de stijging van de verkopen van grote, zwaardere auto’s die meer CO2 uitstoten. Het onderzoek van KPMG weerlegt dit. KPMG  gebruikt een soortgelijke methodiek als in het rapport van TNO. Omdat het KPMG-onderzoek later plaatsvond dan dat van TNO, beschikt KPMG echter over veel meer praktijkdata van nieuwe auto’s. KPMG constateert dat vanaf 1 september 2017 tot de overgang naar de nieuwe BPM-tabellen op 1 juli 2020, de overheid 600 tot 650 miljoen extra BPM-inkomsten ontvangt. En vanaf 1 juli 2020 ontvangt de overheid nog eens structureel 200 miljoen euro per jaar extra. Dit bedrag is direct te relateren aan de overgang naar de nieuwe WLTP-emissietest en niet het gevolg van hogere verkoopaantallen van grote zwaardere auto’s.

Hieronder is het rapport van KPMG te downloaden.


Contactpersoon
Wout Benning
Wout Benning
Beleidsadviseur
+31 20 504 4965