Uitzonderingen

Voor het hebben van een goedgekeurde stootbalk zijn er een aantal uitzonderingen:

Checklist
  • N1-, O1- en O2-voertuigen moeten wel een stootbalk hebben met een hoogte van 100 mm, maar hoeven niet goedgekeurd te zijn. De bodemvrijheid mag maximaal 550 mm zijn.
  • In de Regeling voertuigen is in de artikelen 5.3.49 en 5.12.49 een uitzondering opgenomen voor asfaltwagens. Het ministerie heeft aangegeven voorals nog geen wijziging van deze artikelen te voorzien vanwege de komt van R58.03. Echter RDW vereist bij de toelatingskeuring dat er een stootbalk aanwezig is of dat er een vrijstelling overlegd wordt. Deze vrijstelling moet aangevraagd worden bij RDW.

Onderstaande uitzonderingen zijn geldig tot 6 juli 2022:

  • Achter de achterste as is een gesloten laadvloer aanwezig. De vloer is achter de achterste as voldoende verbonden met ondersteunende en omliggende profielen.
  • De bovenzijde van de laadvloer ligt aan de achterzijde maximaal 650 mm boven het wegdek.
  • Aansluitend op de vloerconstructie is een metalen geprofileerde dwarsbalk met een hoogte van minimaal 100 mm aanwezig. Aan weerszijden mag ze niet meer dan 100 mm inspringen ten opzichte van de breedte van de banden van de breedste achteras. Deze dwarsbalk is op maximaal 400 mm vanaf het achterste punt van het voertuig (delen hoger dan 2 m niet meegerekend) gelegen en de afstand van onderzijde dwarsprofiel tot wegdek is maximaal 550 mm.

Vanaf 6 juli 2022 worden deze uitzonderingen als volgt aangepast:

  • Achter de achterste as is een gesloten laadvloer aanwezig. De vloer is achter de achterste as voldoende verbonden met ondersteunende en omliggende profielen.
  • De bovenzijde van de laadvloer ligt aan de achterzijde maximaal 670 mm boven het wegdek.
  • Aansluitend op de vloerconstructie is een metalen geprofileerde dwarsbalk met een hoogte van minimaal 120 mm aanwezig. Aan weerszijden mag ze niet meer dan 100 mm inspringen ten opzichte van de breedte van de banden van de breedste achteras. Deze dwarsbalk is op maximaal 300 mm vanaf het achterste punt van het voertuig (delen hoger dan 2 m niet meegerekend) gelegen. De afstand van onderzijde dwarsprofiel tot wegdek is maximaal:
    -  450 mm, indien het voertuig is voorzien van hydropneumatische, hydraulische of pneumatische ophanging,
       tenzij de afloophoek < 8° is, dan 550 mm of
    -  500 mm, indien het voertuig is voorzien van andersoortige vering.