Geschiedenis RAI Vereniging

RAI Vereniging, voluit ‘de Nederlandsche Vereniging de Rijwiel en Automobiel Industrie’, is op 17 december 1893 door rijwielfabrikanten opgericht. Toen heette zij nog 'De Rijwiel-Industrie' (RI).

De RI wilde de wildgroei van rijwieltentoonstellingen in verschillende plaatsen tegengaan en zo de kosten van deelname aan al die evenementen terugdringen. Daarom besloten zij zelf een rijwieltentoonstelling te organiseren, een jaarlijks, landelijk evenement. De eerste rijwieltentoonstelling vond plaats in 1895 in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam.

Omdat in die tijd de productie van rijwielen en automobielen een zaak was van dezelfde technische hobbyisten en ondernemers, was het logisch dat de naam 'Rijwiel-Industrie' al snel uitgebreid werd met de A van ‘automobiel’. Zo werd de 'RI' in 1900 'RAI'. Daarna volgden tot de Eerste Wereldoorlog elf exposities van fietsen, motorfietsen en auto's.

 

Oude RAI
Ruimtegebrek in het Paleis voor Volksvlijt deed RAI Vereniging uitwijken naar een ander expositiecentrum. In 1922 opende zij een eigen gebouw, aan de Ferdinand Bolstraat in Amsterdam. Wat aanvankelijk bedoeld was als tijdelijk onderkomen voor vijf jaar werd een semipermanente behuizing gedurende bijna veertig jaar, nu nog steeds in de volksmond bekend als de 'Oude RAI'. Op de oude locatie is nu een bejaarden-/verzorgingstehuis gevestigd met die naam.

Al in 1925 en 1928 volgden noodzakelijke uitbreidingen tot een totaal oppervlak van 13.000 m2. De jaarlijkse RAI-tentoonstelling trok steeds meer exposanten en bezoekers. Na de Tweede Wereldoorlog namen ook de gespecialiseerde vakbeurzen van andere branches een enorme vlucht. Vanwege de grote vraag naar standruimte besloot RAI Vereniging in 1950 om voor personenauto's en bedrijfsauto's elk een aparte tentoonstelling te organiseren. Andere afsplitsingen volgden en evenementen van andere partijen in de jaren vijftig maakten het RAI Verenigingsgebouw snel te klein.

Samenwerking met de gemeente Amsterdam
Omdat de Vereniging de investeringen voor een nieuw, groot tentoonstellingscomplex niet meer zelf kon opbrengen, polste RAI Vereniging de gemeente Amsterdam om partner te worden. Die participeerde graag vanwege de gunstige gevolgen voor de economie van de regio.

Zo ontstond in 1956 een public-private partnership avant la lettre. RAI Vereniging en de gemeente Amsterdam vormden samen een commanditaire vennootschap van waaruit de exploitatie van de nieuwe RAI, die losgemaakt werd van RAI Vereniging, gefinancierd werd. De Commanditaire Vennootschap heeft inmiddels plaats gemaakt voor een constructie waarbij RAI Vereniging 75 procent van de aandelen in handen heeft en de gemeente Amsterdam voor 25 procent participeert.

Vandaag de dag is RAI Vereniging een bloeiende brancheorganisatie met zo'n 500 leden in het brede speelveld van duurzame mobiliteit. Kort gezegd vertegenwoordigt RAI Vereniging alles dat met wielen op en over de Nederlandse wegen rijdt.