Visiedocument brandstoffenmix bijna afgerond

23-06-2014

De partijen bij het SER Energieakkoord, waaronder RAI Vereniging, maakten afspraken om voor de Nederlandse transportsector in 2050 tot 60% reductie van de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 te komen. Een belangrijk onderdeel daarvan is het opstellen van een ‘Visie op de brandstoffenmix 2050’.

Doel van dit visiedocument is om een robuust groeipad te ontwikkelen voor technologieën en energiedragers die nodig zijn om deze CO2-reductie te halen. Daarbij wordt ook rekening gehouden met andere doelstellingen, zoals luchtkwaliteit en energiezekerheid.

Een succesvolle aanpak zal een mix zijn van bijvoorbeeld LNG/CNG, groengas, diesel, benzine, waterstof, elektriciteit, bio- en (CO2-neutrale) synthetische brandstoffen. De afgesproken doelstellingen zijn immers zo ambitieus dat al het beschikbare daarvoor moet worden ingezet.

Voor RAI Vereniging staat daarbij steeds ‘technologie en brandstofneutraliteit’ voorop; dus niet de specifieke technologie of brandstof die wordt ingezet is van belang, maar alleen de daarmee te behalen milieudoelen tellen.

Aan tafel
De afgelopen maanden hebben ruim 100 organisaties aan deze visie gewerkt. Vertegenwoordigd waren de (rijks)overheid, milieuorganisaties, voertuig- en energieleveranciers, gebruikers en kennisinstituten. Om dit complexe proces tot een goed einde te brengen werd de groep in deze ‘tafels’ opgedeeld: elektrisch rijden, rijden op waterstof, rijden op gasvormige brandstoffen, rijden op vloeibare brandstoffen, scheepvaart en luchtvaart. De tafels onderzochten ieder voor zich de mogelijkheden, het tijdspad, de benodigde ondersteuning en de koppelkansen met ander tafels. Daarnaast verkenden zij de mogelijkheden voor groene groei.

RAI Vereniging en haar leden zijn zeer direct betrokken geweest bij deze tafels, waarbij de Commissie Strategische Beleidsvoorbereiding van afdeling Auto’s een belangrijke coördinerende rol vervulde. Meerdere leden van diverse merken brachten hun specifieke kennis in.

Winst van deze werkwijze is dat wij vanaf de eerste pennenstreek betrokken zijn bij beleidsontwikkeling door de overheid, wat op korte (en langere) termijn een consistenter beleid moet opleveren dat ook strookt met onze visie en duurzaamheidsagenda. Daarbij werd in dit proces ook het idee van de ‘maakbare samenleving’ ingewisseld voor een meer realistische aanpak en groeide de acceptatie van elkaars standpunten en mogelijkheden.

Koffiedik
Nu voorspellen hoe de brandstoffenmix er in 2050 uitziet heeft een zeker ‘koffiedikgehalte’. Elektrisch rijden en rijden op waterstof bijvoorbeeld zijn nog in hun ontwikkelingsfase; er zijn technologische en prijsdoorbraken nodig om deze technologieën voor de gehele markt acceptabel te krijgen. En de verbrandingsmotor, die nog sterk aan efficiency zal winnen, kan ook in 2050 een wezenlijke bijdrage leveren, zeker in combinatie met CO2-neutrale(re) brandstoffen. De discussie rond duurzaamheidscriteria voor ‘goede biobrandstoffen’ is echter nog niet afgerond. Daarbij worden de fossiele brandstoffen vooral voorzien voor toepassingen waarvoor op dit moment weinig alternatieven zijn, zoals zwaar transport over lange afstanden. Voor al deze ontwikkelingen is Nederland tot slot in grote mate afhankelijk van Europa en de rest van de wereld.

Uiteindelijk is het de markt die bepaalt hoe de brandstoffenmix er in 2050 uitziet. De ‘visie op de brandstoffenmix’ beoogt om deze transities vroegtijdig in te zetten, ermee te leren omgaan en de marktkansen voor de Nederlandse samenleving te creëren.

Visie en aanpak
De rapportages van deze ‘tafels’ zijn nu samengevoegd tot een onderbouwd concept-visiedocument. Dat wordt begin volgende week aangeboden aan staatssecretaris Wilma Mansveld van Infrastructuur en Milieu, die het na de zomer aan de Tweede Kamer zal sturen. In de tussenliggende tijd kunnen alle stakeholders hun commentaar op het visiedocument geven. In de tweede helft van 2014 wordt op het fundament van de ‘Visie op de brandstoffenmix 2050’ een actieplan uitgewerkt om tot concrete (politieke) uitvoering te komen.

Meer informatie: Jaap Tuinstra