Controle aslastverdeling RDW bij individuele toelating

12-02-2015

Bij de individuele toelating van voertuigen in Nederland moet ook per 1 maart aan de bepalingen voor aslastverdeling uit Verordening 1230/2012 voldaan worden. In eerdere Nieuwsbrieven heeft daarover al informatie gestaan. De RDW voert nu een aantal wijzigingen door.

aslast

 

 

 

 

 

 

 

Op basis van de eerste ervaringen met de nieuwe eis en gewijzigde inzichten, brengt de RDW enige aanpassingen aan in de wijze van controleren van de aslastverdeling:

  • In principe worden berekeningen van de fabrikant / opbouwer / aanvrager van de keuring geaccepteerd.
    De RDW doet dan geen eigen berekening. 
  • De fabrikant / opbouwer / aanvrager van de keuring mag voortaan zelf aangeven waar het zwaartepunt ligt van de nuttige massa (en daar dus mee rekenen in de berekening).
    D.w.z.: het hoeft niet meer het midden van de laadvloer te zijn, met de kanttekening dat het zich redelijkerwijs niet helemaal voorin of achterin het voertuig / de laadruimte kan en zal bevinden. 
  • Indien de fabrikant / opbouwer / aanvrager van de keuring een berekening overlegt, moeten daaruit de volgende gegevens blijken:
    o asafstanden;
    o bij motorvoertuigen: aantal passagiers indien meer dan één zitrij;
    o massa in rijklare toestand;
    o technische toelaatbare max. massa voertuig in beladen toestand;
    o technisch toelaatbare max. massa op iedere as;
    o zwaartepunt van de nuttige massa
    De RDW beoordeelt het voertuig visueel, controleert de asafstanden, en weegt het voertuig / bepaalt de aslasten. Deze vastgestelde ‘massa rijklaar’ moet overeenkomen met de input in de berekening.

 

De verticale last op de koppeling (zoals bij een vangmuilkoppeling op een motorwagen) mag buiten beschouwing worden gelaten bij het bepalen van de nuttige massa.

  • Indien géén berekening wordt overgelegd die aan het voorgaande voldoet berekent de RDW de massaverdeling zelf, waarbij door de RDW het zwaartepunt van de nuttige massa wordt vastgesteld. 
  • Voertuigen met een 97/27-goedkeuring worden ook gecontroleerd op (technische) aslastoverschrijding (cq ook hiervoor moet een berekening worden overgelegd, danwel dit wordt door de RDW gedaan).
    De eerder gecommuniceerde uitzondering (“heeft het basisvoertuig een 97/27 goedkeuring, dan geldt nog de ‘wijze van keuren’ van vóór 1 juli 2014” (wat neerkwam op controle of het voertuig in de aangeboden conditie -dus onbeladen - geen technische aslasten overschreed)) vervalt dus.
  • Bij voertuigen waarbij een relevante factor ‘variabel’ is (koppeling op schuifframe; uitschuifbare voertuigen) mag gerekend worden met de gunstigste stand / situatie.

Meer informatie: Kees Pereboom