Door inspanning industrie alle nieuwe bussen schoon

17-03-2015

Nederland gaat morgen naar de stembus. In de beeldvorming gaan de provinciale statenverkiezingen vooral over de slagkracht van het kabinet. De uitslag is immers indirect bepalend voor de verhoudingen in de Eerste Kamer, zegt Quirijn Teunissen, beleidsmedewerker public affairs bij RAI Vereniging. “Hiermee wordt het belang van de provinciale bestuurslaag helaas enorm onderschat. Zij gaat namelijk over veel meer én concretere zaken die grote invloed hebben op onder meer de mobiliteitssector, zoals op OV-bussen”.

Bus

Veel decentrale overheden willen de luchtkwaliteit verbeteren. Een te roemen ambitie die op steun van de industrie kan rekenen. Het is niet voor niets dat fabrikanten miljardeninvesteringen hebben gedaan om de uitstoot van schadelijke emissies van hun voertuigen tot nihil te reduceren.

Doel en middel
Toch lopen doel, middel en beoogd effect hier nogal eens door elkaar. “Je kunt er op wachten dat nieuwe provinciebesturen hun duurzaamheidsplannen gaan ontvouwen’, zegt Teunissen. “Deze plannen worden vaak doorvertaald in de eisen die provinciebesturen in concessies voor hun OV-bussen opnemen. Door gebrekkige kennis over technologieën en eenzijdige voorlichting over de mogelijkheden kan dit een dure hobby voor de belastingbetaler worden.”

Teunissen noemt als voorbeeld de inzet op luchtkwaliteit. “Het is heel goed dat overheden hier op inzetten. Hiervoor hoeven zij echter geen eisen in de concessie op te nemen. Iedere nieuwe bus, of deze nu elektrisch is, op waterstof rijdt of een verbrandingsmotor heeft, is namelijk brandschoon. Daar hebben de scherpe euronormeringen en grote investeringen van de industrie voor gezorgd. Eén van de schoonste manieren om een stad in te rijden, is met een Euro VI-bus op bijvoorbeeld diesel.”

Schoon en zuinig verhaspeld
Het gaat echter vaak verkeerd als aanbestedende partijen schoon en zuinig door elkaar halen. “Zij willen de luchtkwaliteit verbeteren en dus schone bussen. Je ziet dan dat zij in de concessie eisen op het gebied van CO2 gaan stellen, maar dit heeft niets met luchtkwaliteit te maken.”

Voor schone lucht kun je volgens hem iedere willekeurige nieuwe bus inzetten. “Overigens is de CO2-uitstoot door OV-bussen verwaarloosbaar op nationale en mondiale schaal én is CO2 (anders dan bijvoorbeeld fijnstof) geen lokaal probleem. Je gaat dus met lokaal geld iets te lijf dat zich niets aantrekt van stads- of provinciegrenzen en zich dus ook niet binnen die grenzen laat terugdringen. Je kunt wel per se op technologie inzetten, maar dan moet je dat doen omdat je een kostbare pionierstechnologie gedoseerd en gefaseerd iets verder wil brengen.”

Nieuw is schoon
Teunissen adviseert de nieuwe en huidige aanbestedende partijen dan ook vooral te kijken waar zij effectief resultaten kunnen halen op het gebied van luchtkwaliteit. Dit door technologieneutraal aan te besteden en in te zetten op zo nieuw mogelijke bussen. “Onze sector heeft er al lang voor gezorgd dat die allemaal schoon zijn.”

Dit artikel verscheen in de rubriek 'Haagse wandelgangen' in GO!Mobility Magazine.