Kosten laadpaal zorgen niet voor hogere bijtelling

05-02-2015

In de praktijk is niet altijd duidelijk hoe fiscaal moet worden omgegaan met de kosten van het laden van (semi)elektrische auto’s. De staatssecretaris komt daarom met een aantal fiscale goedkeuringen.

elektrische auto aan laadpaal

In een besluit van eind januari 2015 (in onderdeel 5.3, pagina 8) keurt de staatssecretaris goed dat het plaatsen van een laadpaal in of bij de woning van een werknemer met een auto van de zaak, geacht wordt deel uit te maken van de terbeschikkingstelling van de auto. De bijtelling wordt hier dus niet hoger door. Deze goedkeuring geldt ook voor een vergoeding voor door de werknemer zelf gemaakte kosten voor het plaatsen van de laadpaal.

Als er geen sprake is van een bijtelling omdat de auto van de zaak aantoonbaar voor niet meer dan 500 privékilometers per jaar wordt gebruikt, wordt ook de laadpaal geacht voor zakelijk gebruik te zijn bedoeld.

Voor de elektriciteitskosten mogen werkgever en werknemer overeenkomen dat de werknemer de feitelijk verbruikte elektriciteit voor de auto van de zaak tegen kostprijs doorlevert aan de werkgever. Ook de kosten van een meter om het feitelijke verbruik te kunnen vaststellen, behoren dan tot die kostprijs. Zo’n overeenkomst levert dan geen belast loon op voor de werknemer.

Als een werkgever een laadpaal betaalt voor een eigen auto van de werknemer is de goedkeuring niet van toepassing. In dat geval kan de werkgever niet meer onbelast vergoeden dan 19 eurocent per zakelijke kilometer. De kosten voor de elektriciteit zijn dan inbegrepen in de onbelaste vergoeding.

Voor ondernemers met een (semi)elektrische auto kunnen de met de oplaadvoorziening samenhangende kosten bij hun winstbepaling in aanmerking nemen. Ook voor hen geldt dat de forfaitaire bijtelling hierdoor niet hoger wordt.

Gerelateerde dossiers