Bestedingen auto-onderhoud nemen af, toename van tevredenheid over werkzaamheden

04-06-2015

Nederlandse huishoudens hebben vorig jaar minder besteed aan onderhoud en reparaties van auto’s. Uit de BOVAG-RAI Aftersales Monitor 2014 blijkt dat het aantal onderhoudsmomenten ten opzichte van 2013 met 4,5 procent is gedaald, tot 13,4 miljoen. De totale omzet kromp 5,9 procent tot 3,2 miljard euro. De tevredenheid over werkzaamheden nam wel toe.

BOVAG RAI Aftersales Monitor

Jaarlijks brengen BOVAG en RAI Vereniging, in samenwerking met onderzoeksbureau GfK, met de BOVAG-RAI Aftersales Monitor de onderhouds- en reparatiemarkt voor personenauto’s in kaart. Via een continue panelonderzoek werden afgelopen jaar 8.542 onderhoudsmomenten van 4.226 auto’s geanalyseerd.

Gemiddeld werd een auto vorig jaar 2,0 keer onderhouden of gerepareerd (inclusief aparte bandenwissel, losse APK, schadeherstel etc.) tegen 2,1 keer in 2013 en 2012. 

Kosten autopech stijgen
De terugloop komt mede door de lagere APK-frequentie voor jonge benzineauto’s, grotere onderhoudsintervallen en hogere technische betrouwbaarheid. Daarnaast zijn er veel particulieren die uit kostenoogpunt bewust de voorgeschreven onderhoudsbeurten en reparatie-adviezen overslaan. Opvallend is dan ook dat over de hele linie de gemiddelde besteding aan onderhoud en reparatie per auto is afgenomen (van €526 per jaar naar €482, inclusief BTW), maar niet in geval van ‘autopech’. Daarvoor stegen de gemiddelde kosten juist van €360 naar €367, hetgeen het belang van regulier onderhoud maar weer eens onderstreept.

Tevreden klanten
Bij de merkdealers en de onafhankelijke autobedrijven was de tevredenheid over reparatie- en onderhoudswerkzaamheden in 2014 hoger dan het jaar ervoor. Het percentage “tevreden” en “zeer tevreden” klanten steeg van gemiddeld 91 naar gemiddeld 93. Bij de ‘fastfitters’ daalde dit met drie procentpunten naar 91. Dealers en onafhankelijke autobedrijven hadden in 2014 een gezamenlijk marktaandeel van 74 procent qua aantal onderhoudsmomenten en 79 procent in bestedingen. Fastfitters kwamen op respectievelijk 9 en 6 procent uit. Het restant betreft reparaties in eigen beheer en andere bedrijven, zoals schadeherstellers.

Meer informatie: Harald Bresser