Restantregelingen 2015

09-06-2015

Richtlijnen en Verordeningen met technische eisen worden -voor voertuigen met een bestaande typegoedkeuring- veelal op een bepaalde datum ook van kracht voor nieuwe registraties.

RDW logo

Dat betekent dat bestaande typegoedkeuringen die niet aan die nieuwe of gewijzigde eis voldoen, per die datum vervallen en niet meer geregistreerd kunnen worden.
Voor restantvoorraad daarvan kan de restantregeling toegepast worden.

Data
De komende tijd zijn er drie data waarop nieuwe of scherpere eisen in werking treden voor nieuwe registraties van (zware) bedrijfsauto’s.

Als er restantvoorraad is van voertuigen waarvan de typegoedkeuring vervalt, mag de importeur die voertuigen bij de RDW opgeven voor de restantregeling. Daarvoor gelden regels en procedures.

Voor het aantal voertuigen dat opgegeven mag worden in de restantregeling, hanteert Nederland sinds 1 mei 2009 de ‘CvO van voor 3 maanden’-regel; wat inhoudt dat er als zodanig geen maximaal aantal is, maar van alle voertuigen die opgegeven worden voor de restantregeling moet het CvO zijn afgegeven 3 maanden voordat de betreffende nieuwe eis in werking treedt voor nieuwe registraties.

De duur van de restantregeling is 12 maanden voor complete voertuigen en 18 maanden voor voltooide voertuigen (dus voor incomplete voertuigen).

In de rest van dit jaar zijn er drie data (voor vier onderwerpen) waarop eisen van kracht worden voor nieuwe registraties van (zware) bedrijfsauto’s, en dus de restantregeling toegepast mag worden:

11-07-2015
Op deze datum moeten nieuwe registraties van M2  en bepaalde M3 en N2  voorzien zijn van ESC (volgens de eisen van VO 407/2011: wat neer op de eisen uit Reglement 13).

Deze eis komt uit de GSR en staat in art. 12 lid 1 2e alinea  i.c.m. tabel 2 van bijlage V.  Die tabel 2 kunt u ter informatie hiernaast downloaden. Daarin is te lezen welke N2 en M3 (naast alle M2) ESC moeten hebben per 11 juli 2015.

01-09-2015
Op deze datum moeten de OBD- en SCR-systemen van nieuwe (Euro VI) registraties van de categorieën M2, M3, N2 en N3 met motoren met elektrische ontsteking (!!) voldoen aan de voorschriften van ‘letter B’ conform de bepalingen in aanhangsel 9 van bijlage 1 van Verordening 582/201, zoals gewijzigd door Verordening 627/2014. 

Restantvoorraad van voertuigen van deze categorieën die hier niet aan voldoet (dat zijn voertuigen met een ‘letter A’ goedkeuring volgens de bepalingen in aanhangsel 9 van bijlage 1 van Verordening 582/2011) en waarvan de voertuigen een CvO hebben van voor 1 juni 2015 (3 maanden regeling), kunnen t/m 15 september opgegeven worden door de importeur voor de restantregeling.

Restantvoorraad van voertuigen van de betreffende categorieën die hier niet aan voldoet en waarvan de voertuigen een CvO hebben van voor 11 april 2015 (3 maanden regeling), kunnen door de importeur t/m 25 juli opgegeven worden voor de restantregeling.

01-11-2015

Op deze datum moeten nieuwe registraties van voertuigen van de categorieën M2, M3, N2 en N3 voorzien zijn van LDWS (Lane Departure Warning System) en AEBS (geavanceerd noodremsysteem) dat voldoet aan de daaraan gestelde eisen (tenzij vrijstelling is verleend op basis van een  kosten-batenanalyse).

Deze eisen komen uit de GSR (art 10 lid 2 resp. art 10 lid 1).

De inhoudelijke eisen voor LDWS staan in uitvoeringsverordening 351/2012, die voor AEBS in uitvoeringsverordening 347/2012.

Restantvoorraad van voertuigen van de betreffende categorieeën die hier niet aan voldoet en waarvan de voertuigen een CvO hebben van voor 1 augustus 2015 (3 maanden regeling), kunnen t/m 15 november opgegeven worden voor de restantregeling.

Vervallen typegoedkeuring
Heeft u motorvoertuigen van de genoemde categorieën in opbouw, dan is het – in het licht van de genoemde data - zaak dat u weet of de typegoedkeuring van het voertuig wel of niet vervalt.

Als de typegoedkeuring vervalt, is weer van belang om te weten of het opgegeven is of wordt in de restantregeling.

Vervalt de typegoedkeuring en zit of komt het voertuig niet in de restantregeling, dan moet het voertuig in principe voor de betreffende datum te naam worden gesteld.

Regeling Voertuigen
De Regeling Voertuigen biedt de mogelijkheid om voertuigen met een vervallen ETG (en die niet of niet meer in een restantregeling zitten) op individuele basis toe te laten; echter wel met als consequentie dat het bouwjaar wordt vermeld als DET (Datum Eerste Toelating). Gebleken is dat deze mogelijkheid en de bijbehorende procedure niet bij iedereen goed bekend zijn.

Aanleiding daarvoor is onder meer dat bijlage II van de RV (Wijze van bepalen datum eerste toelating) erg lastig te interpreteren is, en de situatie van een voertuig met vervallen ETG er eigenlijk niet in voorkomt.

Meer duidelijkheid
RAI Vereniging heeft de RDW daarom om meer duidelijkheid over de procedure ‘individueel tenaamstellen van voertuigen met vervallen typegoedkeuring’. In reactie daarop heeft de RDW een omschrijving gemaakt van het ‘Proces Goedkeuring en Registratie met keuring’ voor nieuwe en ongebruikte voertuigen, waaronder die met een vervallen ETG (zie download hiernaast).

Het komt (v.w.b. voertuigen met niet meer geldige ETG die niet / niet meer in de restantregeling zitten, maar wel zijn voorzien van het – ook niet meer geldige - CvO) neer op het volgende:

- er wordt begonnen met het vaststellen van het VIN

- ervan uitgaande dat de ETG / het CvO geldig was op het moment van productie, wordt de productiedatum bepaald, en die productiedatum wordt de DET

- de productiedatum wordt:

> overgenomen uit een aanwezige verklaring van de fabrikant/importeur (in die verklaring moet minimaal zijn vermeld: het VIN, dat het betreffende voertuig niet eerder is geregistreerd en niet eerder is gebruikt, en de datum van fabricage)
(let op: een CVO wordt niet beschouwd als een verklaring van de fabrikant waaruit blijkt wat de fabricagedatum is, omdat de afgiftedatum/ondertekeningsdatum niet altijd de productiedatum is !!),

of (indien die verklaring er niet is):

> bepaald op basis van het VIN (waarbij ook geen verklaring omtrent niet eerder geregistreerd en gebruikt nodig is; het voertuig wordt eigenlijk – v.w.b. bepaling DET - behandeld als eerder in gebruik genomen (art. 9 en art. 7 van bijlage II )).

Meer informatie: Kees Pereboom