Kamerbrief over ‘Drukte op het fietspad’

25-06-2015

Gisteren heeft minister Schultz van Haegen (IenM) de Kamerbrief over ‘Drukte op het fietspad’ aangeboden.

Melanie Schultz van Haegen

Deze Kamerbrief is in vervolg op eerdere Kamermoties rond dit onderwerp en raakt onder meer aan de discussie over de snorfiets, een helmplicht hiervoor, maar ook bijvoorbeeld aan onze pleidooien voor een meer integrale benadering van (tweewieler)vervoersstromen op decentraal niveau.

De minister schrijft dat zij:

  • Met verschillende stakeholders (gebruikers, retail, industrie, verkeersveiligheidsorganisaties, gemeenten, provincies, OM, politie) heeft gesproken
  • Uit de probleemanalyse afleidt dat de knelpunten en beleefde drukte sterk afhankelijk is van plaats, tijd en beleving: Zeeland heeft meer belevingen van overlast door wielrenners, Amsterdam meent problemen te hebben met snorfietsen
  • Uit de probleemanalyse afleidt dat er een kennishiaat is, daar tweewielerdata slechts beperkt wordt meegenomen in verkeersmodellen
  • Uit de probleemanalyse afleidt dat de factor ‘berijdersgedrag’ een ongrijpbare is, waarbij de eerste lijn ‘handhaving’ lijkt te zijn
  • Niet op de stoel van de lokale wegbeheerder wil gaan zitten én geen generieke maatregelen voor specifieke, lokale problemen wil invoeren

 

De minister geeft aan welke stappen zíj wil nemen in dit dossier. Zij ziet (op basis van de gesprekken met stakeholders) drie rollen voor het Rijk weggelegd:

  1. Faciliteren: het Rijk volgt de initiatieven van onder ander ANWB rond ‘robuuste netwerken met belangstelling en faciliteert waar nodig proefprojecten. Vanuit ‘Beter benutten’ wordt ondersteuning geboden aan app-bouwers die meer inzicht moeten geven in tweewielergebruik. Ook geeft de minister aan gehoor te geven aan onze wens (en die van BOVAG) om gesprekken tussen gemeenten, stakeholders en de sector te arrangeren en initiëren
  2. Stimuleren: De minister gaat onverminderd voort met slim stimuleren van tweewielergebruik en zal een volgende stakeholdersessie beleggen waarin ingegaan zal worden op de vraag hoe beter te sturen is op het gedrag van twee- en driewielerberijders
  3. Experimenteren en onderzoeken: de minister concludeert nogmaals dat er niet één duidelijk generiek en landelijk probleem is. Wegbeheerders geven aan unieke problemen te hebben waarbij maatwerk, dat verder gaat dan infrastructurele oplossingen, nodig is. Snelheid, gewicht en de omvang van het voertuig zullen in samenhang moeten worden bekeken. De stakeholders willen graag experimenteren met lokale en innovatieve oplossingen. De minister ziet hierbij een rol waarbij – indien mogelijk - ruimte te bieden, waarbij elke keer een afweging moet worden gemaakt tussen landelijke duidelijkheid voor weggebruikers en lokaal maatwerk.

 

Amsterdam
Het meest concrete voorbeeld dat zij noemt is de wens van Amsterdam én de Tweede Kamer om de snorfiets in Amsterdam naar de rijbaan te verplaatsen. Tijdens het laatste Algemeen Overleg Verkeersveiligheid heeft de minister aangegeven hierbij twee randvoorwaarden te respecteren: het mag niet ten koste gaan van verkeersveiligheidsrisico’s en er mag geen (lokale) helmplicht voor snorfietsen komen. De gemeente heeft in overleggen met het ministerie aangegeven na te willen denken over experimenten rond dit thema. De minister zegt in haar brief toe uiterlijk 1 oktober aan de Kamer te laten weten of en hoe zij hierin wil faciliteren.

Integrale visie is positief
RAI Vereniging waardeert dat de minister niet kiest voor generiek beleid om lokale vraagstukken op te lossen, maar meent dat een actievere initiërende rol vanuit Rijkswege wel gewenst is om samen met alle stakeholders een integrale visie op vervoer te ontwikkelen.

Vervolg
Volgende stappen zijn de Kamerbrief over de situatie in Amsterdam in het najaar en de door IenM te initiëren gesprekken met gemeenten en andere stakeholders. Deze zullen waarschijnlijk na de zomer plaatsvinden. In de tussentijd houden wij nauw contact met het ministerie om te bezien hoe de gesprekken met Amsterdam verlopen.