Kamervragen over ‘schone en zuinige bussen’ beantwoord

01-07-2015

Staatssecretaris Mansveld (IenM) beantwoordde deze week de vragen die de kamerleden Remco Dijkstra, Visser en De Boer (allen VVD) stelden naar aanleiding van het krantenbericht ‘Ruim miljoen voor schone bussen’.

OV bus

De Telegraaf van 10 februari berichtte over een overheidsbijdrage die was toegekend aan Amsterdam en Rotterdam voor de proefinzet van waterstofbussen. Twee Amsterdamse bussen werden na de proef teruggeleverd aan de fabrikant.

De staatssecretaris legt in haar beantwoording uit hoe deze besteding van overheidsgeld wel degelijk maatschappelijk doelmatig is geweest. De kamerleden waren daar bezorgd over omdat twee Amsterdamse waterstofbussen na afloop van de driejarige proef zijn teruggeleverd aan de fabrikant.

Mansveld: "Waterstofbussen maar ook andere vormen van zero-emissiebussen, zoals elektrische bussen, zullen naar verwachting op termijn een zodanige Total Cost of Ownership (TCO) hebben dat zij concurrerend zijn met een conventionele dieselbus.

Ingeval de TCO hoger uitvalt maar de bus minder negatieve externe effecten met zich brengt, bijvoorbeeld uitgedrukt in kosten CO2-uitstoot per kilometer, of minder gezondheidsproblemen in een stad tot gevolg heeft, kan de iets hogere TCO als maatschappelijk doelmatig worden aangemerkt. Dit is uiteindelijk een keuze die door de verantwoordelijke overheden moet worden gemaakt."

Meerwaarde bedrijfsleven
Als de bussenprojecten leiden tot toepassing en uitrol van bussen van Nederlandse busbouwers of van de toepassing van Nederlandse vindingen van bijvoorbeeld de toeleveringsindustrie dan is dit van meerwaarde voor het Nederlandse bedrijfsleven. Momenteel zijn er bedrijven in onder meer Noord Brabant, Friesland en Gelderland betrokken.”

Waarborgen
Tot slot wijst de staatssecretaris erop dat bij het beoordelen van subsidievoorstellen als waarborg een aantal selectiecriteria wordt gehanteerd. "Het betreft onder meer de mate waarin CO2-uitstoot wordt terugdrongen, het energiegebruik, het meten van de ontwikkeling van kostprijzen van de bussen en onderdelen, alsook de inschatting in hoeverre ondernemers bereid zijn om na afloop van het project door te gaan met het verder ontwikkelen van het product. De subsidieontvangers dienen te voldoen aan specifieke rapportageverplichtingen, en na afloop wordt de regeling geëvalueerd.”

Nuance
RAI Vereniging stelt vast dat de antwoorden van de staatssecretaris voldoende nuance kennen. Zo lezen we daarin dat de verantwoordelijke overheden zelf goed de afweging moeten maken of meerkosten voor een verondersteld schonere of zuinigere bus te verantwoorden zijn.

Daarbij is weging van de juiste feiten heel belangrijk. Precies dat wordt ook uitvoerig belicht op onze website www.schonezuinigebussen.nl en in daar bijhorende flyer.

Meer informatie: Jaap Tuinstra