Wijziging Regeling Voertuigen mbt voorzieningen aan voorzijde voertuigen

09-10-2015

Per 1 januari 2016 wordt de Regeling Voertuigen op een aantal punten aangepast. Een van die punten betreft aanvullende bepalingen omtrent voorzieningen aan de voorzijde van voertuigen.

RDW logo

In de zogenoemde permanente eisen (Hoofdstuk 5) van de Regeling Voertuigen staan in artikel 5.3.48 voorschriften omtrent scherpe delen (lid 1) en uitstekende delen (lid 2) van bedrijfsvoertuigen.

Scherpe delen die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren zijn verboden, en uitstekende delen moeten zijn afgeschermd.

 

Nieuwe bepaling
Daar wordt nu een nieuwe bepaling (d.m.v. een nieuwe tekst voor lid 3) aan toegevoegd over voorzieningen aan de voorzijde van voertuigen: “bedrijfsauto’s mogen aan de voorzijde niet zijn voorzien van voorzieningen die in geval van botsing de kans op lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten.”
Op dit punt wordt niet gecontroleerd bij de APK; het is dus vooral een punt van handhaving door de politie.

Lieren, steunpoten, DIN-platen e.d. aan de voorzijde vielen al onder lid 2 van 5.3.48 en moeten dus zijn afgeschermd.

De nieuwe tekst (van lid 3) is op nadrukkelijk verzoek van de KLPD en het Openbaar Ministerie toegevoegd om andere gevaarlijke voorzieningen aan de voorzijde ook te kunnen verbieden.

‘Andere’ zijn dan voorzieningen die niet zozeer scherp (lid 1) of uitstekend (lid 2) zijn. ‘Gevaarlijke’ zijn niet af-fabriek aanwezige, dus later aangebrachte, voorzieningen of delen daarvan aan de voorzijde van een voertuig die letsel kunnen veroorzaken.

Dat wordt niet nader geconcretiseerd (net zo min als in lid 1 en 2), maar er worden door OM en politie mee bedoeld ‘voorzieningen’ (apparaten/onderdelen/…) waarvan iedereen inziet dat je als voetganger of fietser in geval van een aanrijding daar niet mee in aanraking wilt komen.

Een aanrijding is al ernstig genoeg; aan voetgangersveiligheid moet steeds meer worden gedaan door de autofabrikanten bij ontwerp van de voorkant; dat moet niet verergerd worden door extra gemonteerde voorzieningen die in geval van een aanrijding letsel kunnen veroorzaken.

De ‘voorzijde’ van een voertuig wordt ruim geïnterpreteerd: in principe het hele gebied tot aan de voorruit (bij niet-frontstuur cabines/voertuigen).

Wat dus wel en niet is toegestaan, is niet concreet aan te geven. Het blijft een punt van interpretatie, door de politieagent, het OM, de rechter. Maar ook wat scherp en/of uitstekend is, en wat (voldoende) afgeschermd is (lid 1 en 2) blijft een kwestie van interpretatie en subjectiviteit.

Bullbars op trucks vallen - in principe - in de ogen van KLPD en OM onder de bepaling van het nieuwe lid 3.

Ander voorbeeld: naar de mening van OM en politie zijn lastdragers/imperiaals die over het dak van een voertuig (bijv een pick-up) uitsteken tot boven de motorkap en met steunen bevestigd zijn aan de voorspatborden, niet meer toegestaan zodra de wetswijziging in werking is getreden. Dat focust in eerste instantie op de bevestigingsstangen; ook op het deel van de lastdrager dat voor het dak uitsteekt indien dit zich op minder dan twee meter boven het wegdek bevindt (lid 4, oude tekst van lid 3).

Bullbars bestelauto’s
Voor de volledigheid: bullbars op bestelauto’s zijn toegestaan mits EU-typegoedgekeurd. Dat staat in art. 5.3.50 van de Regeling Voertuigen. Dit is gebaseerd op Richtlijn 2009/78 (betreffende het gebruik van frontbeschermingsinrichtingen op motorvoertuigen), die van toepassing is op personen- en bestelauto’s.

Voor trucks is een dergelijke Richtlijn er niet, en daarom geldt art. 5.3.50 alleen voor bedrijfsauto’s tot 3500 kg GVW (‘bestelauto’s). Wat niet wil zeggen dat per definitie elke bullbar op een truck ‘gevaarlijk’ is.

Download
Hiernaast kunt u de tekst downloaden van het complete artikel 5.3.48 zoals dat per 1 januari 2016 komt te luiden.

Meer informatie: Kees Pereboom