Hoogte meeneemheftrucks

22-01-2016

Meeneemheftrucks achterop voertuigen zijn lading, en moeten dientengevolge op een bepaalde maximumhoogte boven het wegdek gemonteerd zijn, of er moet een stootbalk aanwezig zijn. De praktijk is vaak anders, en dat kan leiden tot boetes.

meeneemheftruck

In de Regeling Voertuigen staan in hoofdstuk 18 ook zogenoemde ‘gebruikseisen’, zoals bepalingen omtrent lading (art. 5.18.12).

Daarin is onder meer bepaald dat bij lading (die meer dan 60 cm achter het voertuig uitsteekt) waarbij de afstand tussen onderzijde lading en wegdek meer is dan 55 cm, er een stootbalk moet zijn aangebracht op maximaal 60 cm van de achterzijde van die uitstekende lading.

Meeneemheftrucks zijn ook uitstekende lading, en deze bepaling geldt dus ook ten aanzien van meeneemheftrucks. (Voor de mate waarin een meeneemheftruck achter het voertuig mag uitsteken gelden wel wat afwijkende bepalingen in vergelijking met ‘gewone’ lading, maar dat speelt hier geen rol.)

55 cm
Recent zijn er boetes uitgedeeld aan vervoerders omdat de meeneemheftruck zich op meer dan 55 cm boven het wegdek bevond. Dat heeft geleid tot discussies over het hoe en wat van de bepalingen.

Er wordt in art. 5.18.12 gesproken over ‘onderzijde lading’. Vraag is dan wat bij een meeneemheftruck de onderzijde is?

Alhoewel ‘onderzijde lading’ niet nader gespecificeerd wordt in de regelgeving, is de opvatting van betrokken partijen (IenM, RDW, handhavingsinstanties/politie, OM) dat dit niet het laagste punt van een meeneemheftruck is (gemonteerd achterop een voertuig), zoals de onderzijde van het achterwiel van de meeneemheftruck. Bedoeld wordt – in analogie met de permanente eisen van trucks en aanhangwagens – dat de gehele (metalen) onderzijde van de meeneemheftruck zélf zich op maximaal 55 cm boven het wegdek zou moeten bevinden.

Stootbalk
Is die afstand meer dan 55 cm, dan moet er dus een stootbalk aanwezig onder de meeneemheftruck, en die moet zich dan dus – in lengterichting - op maximaal 60 cm van de achterzijde van de meeneemheftruck bevinden. IenM beraadt zich – in afstemming met politie, OM, RDW, TLN, EVO, Focwa en RAI Vereniging – of aanpassing van de regelgeving nodig of nuttig is. Vooralsnog is er geen gevoelen dat ‘onderzijde lading’ nadere toelichting of definiëring behoeft.

Punt van aandacht is wel dat bij de permanente eisen waaraan een vast gemonteerde stootbalk van trucks en aanhangwagens (als die aanwezig moet zijn) gesteld wordt dat die ‘deugdelijk’ gemonteerd is, en dat ‘stootbalk en bevestiging geen breuken of scheuren mogen vertonen waardoor functieverlies optreedt’. Dergelijke eisen ontbreken bij de bepalingen over de stootbalk bij lading; IenM overweegt om die alsnog te gaan toevoegen.

Meer informatie: Kees Pereboom