Nieuwe emissieregelgeving M1 en N1: bepaling CO2-emisie bij 2e fase

03-06-2016

Er komen nieuwe testmethoden bij de emissieregelgeving voor personen- en bestelauto’s; wat betekenen die voor de CO2-emissies bij 2e fase bouwers?

De huidige testcyclus van de EU wordt de NEDC (New European Driving Cyclus) genoemd. Die gaat vervangen worden door de WLTP (Worldwide harmonised Light-duty Test Procedure).

De Verordening waarin dat geregeld wordt, wordt eind dit jaar verwacht.

Naast de WLTP komen er ook bepalingen over de emissies in de praktijk: de RDE (Real Driving Emissions); die bepalingen zijn inmiddels al gepubliceerd in een Verordening.

Onrust
De WLTP is complexe materie. Een van de truckfabrikanten heeft informatie verspreid aan de opbouwindustrie en 2e fase fabrikanten over ‘hoe, wie, wat’ van de bepaling van de CO2-emissies van opgebouwde voertuigen (categorie N1). Het beeld dat daarin geschetst werd heeft voor veel vragen en onrust gezorgd.

Navraag bij de RDW leverde een wat ander beeld op van de situatie. Dat komt op het volgende neer:

Voor de personen- en bestelauto’s auto komt er een CO2-waarde afhankelijk van de uitvoering van het voertuig, dus afhankelijk van het optiepakket op het voertuig. De CO2-waarde staat dus niet meer vast in de typegoedkeuring maar in het CvO (afhankelijk van uitvoering).

De voertuigfabrikant test bij de typegoedkeuring het voertuig met max. optie pakket (Vehicle High) en min. optie pakket (Vehicle Low). Het individuele voertuig (optiepakket x) krijgt een CO2-waarde (Interpolation family) berekend tussen deze twee grenzen op basis van gewicht, rolweerstand, luchtweerstand.

Bij multi-stage voertuigen is het moeilijk om deze “WLTP interpolation family” toe te passen, daarom heeft de EU hiervoor de “Road Load Matrix Family” bedacht. De fabrikant van het basisvoertuig test een representatief voertuig (of met fictieve opbouw) en bepaalt de emissies en CO2. Via de Road Load Matrix Family wordt er dan geextrapoleerd en van daaruit wordt de CO2 berekend.

De opbouwer / aanpasser hoeft alleen maar gegevens zoals het nieuwe gewicht en het frontale oppervlak van het voertuig in een door de OEM geleverde calculatietool in te voeren en zo de CO2-waarde vast te stellen en op het CvO te vermelden.

De fabrikant van het basisvoertuig (typegoedkeuringshouder) is verantwoordelijk voor het voldoen aan de gereglementeerde emissies en de juiste berekeningstool. Voor COP blijft de voertuigfabrikant met het emissiecertificaat verantwoordelijk en niet de opbouwer / aanpasser.

De fabrikant die verantwoordelijk is voor de emissies (houder emissiecertificaat) is ook verantwoordelijk voor RDE. Dat is bijna altijd de fabrikant van het basisvoertuig en niet de opbouwer / aanpasser.

Zodra er meer en concretere informatie beschikbaar komt over deze aspecten, zullen wij u nader informeren.

Meer informatie: Kees Pereboom