Voorstel tot aanpassing van bepalingen hoogte boven het wegdek van op voertuigen aanwezige meeneemheftrucks

21 oktober 2016

Meeneemheftrucks achterop voertuigen zijn lading, en moeten dientengevolge op een bepaalde maximumhoogte boven het wegdek gemonteerd zijn, of er moet een stootbalk aanwezig zijn. De regelgeving is voor interpretatie vatbaar als het gaat om hoe die hoogte gemeten moet worden; daarom gaat het betreffende artikel in de Regeling Voertuigen per 2018 aangepast worden.

meeneemheftruck

Over dit onderwerp schreven we al eerder op 22 januari.

In de Regeling Voertuigen staan in hoofdstuk 18 ook zogenoemde ‘gebruikseisen’, zoals bepalingen omtrent lading (art. 5.18.12).

Uitstekende lading
Daarin is onder meer bepaald dat bij lading (die meer dan 60 cm achter het voertuig uitsteekt) waarbij de afstand tussen onderzijde lading en wegdek meer is dan 55 cm, er een stootbalk moet zijn aangebracht op maximaal 60 cm van de achterzijde van die uitstekende lading.

Meeneemheftrucks zijn ook uitstekende lading, en deze bepaling geldt dus ook ten aanzien van meeneemheftrucks.

Er wordt in art. 5.18.12 gesproken over ‘onderzijde lading’. Alhoewel ‘onderzijde lading’ niet nader gespecificeerd wordt in de regelgeving, is de opvatting van betrokken partijen (IenM, RDW, handhavingsinstanties/politie, OM) dat dit niet het laagste punt van een meeneemheftruck is (gemonteerd achterop een voertuig), zoals de onderzijde van het achterwiel van de meeneemheftruck. Bedoeld wordt – in analogie met de permanente eisen van trucks en aanhangwagens – dat de gehele (metalen) onderzijde van de meeneemheftruck zélf zich op maximaal 55 cm boven het wegdek zou moeten bevinden.

Voorstel
Daarom is er nu een voorstel ingediend om artikel 5.18.12 aan te gaan passen (per 1 januari 2018, in de tweejaarlijkse cyclus van wijzigingen en verbeteringen van de Regeling Voertuigen).

De voorgestelde tekst komt er op neer dat bij het vervoer van lading over de hele breedte van het voertuig een deugdelijke stootbalk moet zijn aangebracht op maximaal 60 cm boven het wegdek (en – net als nu - op maximaal 60 cm voor de uiterste achterzijde van de uitstekende lading). Maar: delen van de stootbalk mogen gevormd worden door vormvaste delen van de lading; de stootbalk mag in dat geval niet meer dan twee keer zijn onderbroken over een afstand van niet meer dan 0,15 m.

Meer informatie: Kees Pereboom