Wanneer een derde remlicht? RDW geeft duidelijkheid

5 maart 2019

Naar aanleiding van discussies bij de RDW-keuringsstations over het monteren van een derde remlicht bij N1-voertuigen, heeft RAI CarrosserieNL overlegd met de beleidsmakers van RDW om hierin duidelijkheid te scheppen.

RDW logo

Dat heeft uiteindelijk geleid tot het volgende standpunt:

Voertuigen waarbij geen derde remlicht is vereist:
Onderstaand is een lijst van inrichtingsomschrijvingen opgesomd van N1-voertuigen die geen derde remlicht hoeven te  hebben, met als randvoorwaarde dat het voertuig een open laadgedeelte moet hebben.

12 takelwagen

21 chassiscabine

29 hoogwerker

31 containercarrier

32 voor vervoer voertuigen

55 voor vervoer boten

57 afneembare bovenbouw

62 kipper

79 neerklapbare zijschotten

93 open laadvloer

98 voertuig met haakarm

Een voertuig met huifopbouw dient dus wel voorzien te zijn van een derde remlicht.

Aanleiding
Voertuigen van de categorie N1 moeten voorzien zijn van een derde remlicht. Alleen wanneer het voertuig een open laadruimte heeft hoeft geen derde remlicht gemonteerd te worden. Omdat ‘open laadruimte’ niet in een definitie vastgelegd is, ontstond er veel verwarring welke voertuigen geen derde remlicht hoeven te hebben. Een voertuig dat in het ene keuringsstation wel een derde remlicht moest hebben hoefde dat in het andere station niet…

Keuringsstations
Dat voertuigen met bovenstaande inrichtingen en met een open laadgedeelte geen derde remlicht hoeven te hebben is recent bij RDW besloten. Het is hierdoor mogelijk dat nog niet elke keurmeester hiervan op de hoogte is. Mocht dit tot problemen leiden laat het ons weten: 020-5044990 of carrosserienl@raivereniging.nl.

Teruggekeurd voertuig
Een derde remlicht (S3 en S4) is alleen verplicht voor M1- en N1-voertuigen, andere voertuigen mogen ermee uitgerust worden. Het komt regelmatig voor dat een N2-voertuig teruggekeurd wordt tot 3.500 kg. Ook bij deze voertuigen moet voldaan worden aan de eisen van N2-voertuigen, een derde remlicht is dan niet nodig.

Maar, in de permanente eisen (art. 5.3.51p van de Regeling Voertuigen) wordt bij dergelijke teruggekeurde voertuigen wél een derde remlicht geëist. De permanente eisen (bij de APK) zijn hiermee strenger dan de toelatingseisen. Dit komt doordat de permanente eisen gebaseerd zijn op de “toegestane maximummassa” en niet op de “technische maximummassa”.

Artikel 5.3.51p van de Regeling Voertuigen:
Bedrijfsauto’s moeten zijn voorzien van een derde remlicht indien de toegestane maximummassa van het voertuig niet meer bedraagt dan 3.500 kg en het voertuig in gebruik is genomen na 31 december 2012, aangebracht zodanig dat:

  1. het zich bevindt op een afstand van ten hoogste 0,15 m vanaf het middenlangsvlak, en
  2. de onderzijde van het lichtdoorlatende gedeelte hoger ligt dan de bovenzijde van de remlichten.
    (het derde remlicht is niet verplicht voor chassiscabines, opleggertrekkers en voertuigen met een open laadbak).

Brochure
De digitale brochure verlichting van RAI CarrosserieNL is in hoofdstuk 6b aangevuld met bovenstaande informatie.


Voertuig met neerklapbare zijschotten en met een open laadgedeelte. Derde remlicht is niet nodig.


Bovenstaand voertuig is een kipper maar omdat het een gesloten laadgedeelte heeft is een derde remlicht vereist.