Kabinet: elektrisch rijden stimuleren is méér dan alleen CO2-reductie

18 februari 2020

Deze week stuurde de kersverse staatssecretaris Hans Vijlbrief van Financiën zijn antwoorden naar de Kamer op haar meest recente vragen over fiscaal stimuleren van elektrische auto’s.

Deze vragen gingen meer specifiek over deze brief van de Algemene Rekenkamer. De Rekenkamer onderzoekt of de rijksoverheid publiek geld zinnig, zuinig en zorgvuldig uitgeeft en heeft als wettelijke taak het controleren van de inkomsten en uitgaven van het Rijk. Deze instantie laat zich in haar brief kritisch uit over het gevoerde beleid.

De Rekenkamer: “Wij waren en zijn van mening dat de fiscale stimulering van zuinige auto’s een dure maatregel is (geweest) voor het verminderen van CO2-uitstoot, en dat meer doelmatige alternatieven eerder in beeld hadden moeten worden gebracht.” De Kamerleden van de commissie Financiën stelden hierover een groot aantal kritische vragen, die nu dus zijn beantwoord.

Beperkt en eenzijdig

Volgens het kabinet geeft de berekening van de Algemene Rekenkamer een zeer beperkt beeld van de kosten en effecten van het beleid. Omdat geen rekening wordt gehouden met gedragsveranderingen kan het ook niet worden gebruikt als uitgangspunt voor beleid, aldus het kabinet.

Bovendien focust de Rekenkamer eenzijdig op CO2, terwijl emissievrije auto’s ook op andere manieren positief bijdragen aan de Nederlandse maatschappij, zoals in de vorm van betere luchtkwaliteit, vermindering van geluidsoverlast, verminderde afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en innovatiekansen voor Nederlandse bedrijven die investeren in de ontwikkeling van emissievrije technieken. Verder ziet het kabinet de fiscale stimulering van emissievrije auto’s als een initiële investering in de transitie naar emissievrij rijden. De Rekenkamer betrekt al deze effecten niet in de analyse, zo pareert het kabinet de kritiek.

Wagenparkmodel

Het kabinet komt in haar beantwoording bovendien met de visie dat de (statistische) modellering van elektrisch rijden niet los gezien kan worden van de reguliere modellering van de ontwikkelingen in het totale wagenpark. Het kabinet werkt daarom aan een nieuw en breed gedragen autowagenparkmodel in eigendom van de Staat, dat door verschillende partijen (overheid en consultants) kan worden gebruikt en in modelsoftware is vormgegeven.

De opdracht voor de ontwikkeling van dit nieuwe model zal samen met het PBL en Rijkswaterstaat openbaar worden aanbesteed. Het CarbonTaxmodel bleek bij nader inzien kennelijk toch te veel onzekerheden in zich te dragen.

Transitie

Hoewel ook RAI Vereniging ziet dat op langere termijn het park personenauto goeddeels elektrisch zal zijn, zal er in de transitieperiode ook oog moeten zijn, met de bijbehorende stimulering, van andere sporen die CO2-reductie realiseren. Dan gaat het om (plugin) hybride, duurzame biobrandstoffen en het verder gaan met het nog efficiënter maken van auto's met verbrandingsmotor.


Contactpersoon
Miranda Maasman
Miranda Maasman
Public Affairs adviseur
+31 20 504 4949