Auto’s worden zelflerende machines

15-02-2016

Over hoe autorijden er over pakweg vijf tot tien jaar uit gaat zien, zijn veel verschillende toekomstscenario’s geschetst. Zeker is dat het eigen autobezit op termijn geen vanzelfsprekendheid meer is.

Connectiviteit maakt de auto niet alleen intrinsiek slimmer, maar maakt eveneens een intelligenter gebruik mogelijk. Bovendien is de connected car eenvoudiger te delen.

Het is een slechts een kwestie van tijd dat de deelauto, dankzij cognitieve en zelflerende technologie, op afroep automatisch naar je toe komt, zeggen Lex Hoefsloot en Roy Cobbenhagen van de TU Eindhoven in de nieuwe editie GO!Mobility Car sharing en ride sharing (Uber) zijn volgens hen grote aanjagers van volledig autonoom rijden.

Mobiliteit wordt dienst
Autonoom rijden, autodelen en het delen van ritten (ride sharing) zijn drie zaken die naar hun mening op dit moment voornamelijk onafhankelijk van elkaar geschieden, maar die elkaar de komende tijd zullen gaan versterken.

Hoefsloot: “Het zou natuurlijk ideaal zijn om de autonoom rijdende auto te kunnen delen. Ook financieel gezien is dat de meest logische optie, want zelfrijdende (elektrische) auto’s zullen waarschijnlijk duurder zijn in aanschaf, maar goedkoop in gebruik. De aanschaf delen en/of afrekenen per kilometer is dan al snel aantrekkelijk. Mobiliteit wordt zo een dienst in plaats van een product. Die gerobotiseerde deelauto zou zichzelf bovendien kunnen verdelen over de stad. Ik ben ervan overtuigd dat tussen nu en vijf jaar ride sharing, via taxi-apps als Uber en Lyft, de deelautosystemen zullen versnellen. Het is immers een perfecte manier om mensen te laten wennen aan het feit dat ze niet perse een auto hoeven te bezitten.”

Voer voor filosofen
Cobbenhagen voegt hier aan toe dat zodra de honderd procent zelfrijdende auto er daadwerkelijk is, een chauffeur voortaan overbodig is. "Dan wordt ridesharing vanzelf car sharing, en is ride sharing de komende tijd dus een mooie tussenstap naar de volledig gerobotiseerde deelauto."

Beiden erkennen dat er nog wel de nodige barrières zijn te slechten voor het zover is. Alle technische belemmeringen, inclusief het inbreken in software door hackers, zijn volgens hen oplosbaar. Lastiger is het antwoord op de vraag wie verantwoordelijk is voor de keuze die een autonoom voertuig moet maken om in een noodsituatie bepaalde objecten of personen wel of niet te vermijden. Cobbenhagen: “Dat is een ethische kwestie en zeker voer voor filosofen, maar eigenlijk een discussie die we met zijn allen moeten voeren.”

En waar ligt de verantwoordelijkheid na een ongeval of schade? Bij de bestuurder, de autofabrikant, de softwareleverancier, etc? Als suggestie doen zij het idee aan de hand om een autonoom rijdend voertuig in de toekomst zelf als een juridische entiteit aan te merken. Een verzekeraar kan dan zelf bepalen welke merken aan de daarvoor gestelde veiligheidscriteria voldoen.