Fietsen vraagt om ruimte, ook binnen het fiscale regime

25-08-2014

Toch nog onverwacht, op de laatste dag van het vergaderjaar van de Tweede Kamer, was daar eindelijk de kabinetsbrief over de werkkostenregeling. Met een zorgwekkende positie voor de bedrijfsfiets.

Man op elektrische fiets naar het werk

Een belangrijke brief voor onze sector, daar de werkkostenregeling (WKR) de bedrijfsfietsenregeling gaat vervangen en dus effect heeft op zo’n 20 procent van de fietsverkopen. Helaas ook een onbevredigende brief voor de sector én de fietser, omdat de voorgestelde maatregelen de positie van de bedrijfsfiets behoorlijk verslechteren.

Op papier is de methodiek van de WKR eenvoudig: werkgevers mogen voor een bepaald percentage van de totale loonsom (de zogenaamde ‘vrije ruimte’) middelen ter beschikking stellen aan werknemers. Hierbij kan gedacht worden aan kerstpakketten, bedrijfsfeestjes, telefoons en bedrijfsfietsen. Deze methodiek moet al enige jaren de bedrijfsfietsenregeling vervangen. Tot dusver is dit niet gebeurd, omdat er té veel haken en ogen aan de WKR zitten. Hierdoor ontstond een parallel systeem, waarbinnen kritiek op de WKR aanzienlijk was. De voornaamste: te complex en te weinig financiële ruimte om werknemers iets extra’s aan te bieden.

“Ook vanuit de fietssector is er steeds aanzienlijke kritiek op de WKR geweest. Zo kan je het op z’n minst krom noemen dat uitstootloze auto’s vrijgesteld worden van belastingen, terwijl fietsen (dat ook nog eens een gezondheidseffect met zich meebrengt) aan een bijtellingsverplichting onderhevig is of op de eerdergenoemde ‘vrije ruimte’ drukt. Ook strookt de bijtellings- en kilometeradministratieverplichting zoals die voor leasefietsen geldt niet echt met het uitgangspunt van vereenvoudiging – het oorspronkelijke doel van de WKR”, zegt Sacha Boedijn, secretaris Fietsen van RAI Vereniging.

Paintballen
“Wat vooral wringt is het feit dat een duurzame, gezonde mobiliteitsoplossing qua budgettaire ruimte moet concurreren met kerstpakketten en middagjes paintballen met de zaak. De maatschappelijke relevantie en meerwaarde van de verschillende zaken kan je immers niet echt vergelijken.
Vanuit de sector is daarom regelmatig bepleit een unieke fiscale (op nihil gewaardeerde) positie voor de fiets te creëren. Dit zou kunnen door de vrije ruimte iets te verkleinen en met het geld dat hiermee gemoeid is de fiets buiten de administratie te houden. Steeds hield het ministerie van Financiën dit voorstel af. Dit strookte niet met de uitgangspunten en gedachten achter de WKR, zo werd ons verteld”.

En toen was daar de brief van de staatssecretaris. Wat schetste de verbazing: er wordt een uitzondering gecreëerd voor bepaalde ter beschikking gestelde middelen. Deze wordt financieel gedekt door de vrije ruimte in de WKR te verkleinen. Deze uitzondering geldt echter niet voor de fiets, maar voor telefoons, laptops, tablets en gereedschappen.

Fietsstimulering
Boedijn: “Niet alleen wordt nu iets gecreëerd wat eerder steeds niet kon, maar ook moet de bedrijfsfiets nog meer concurreren met andere regelingen zoals die voor kerstpakketten. Hierdoor lijken doelstellingen die we als sector samen met het kabinet hebben gesteld op het gebied van zakelijke fietsstimulering verder weg dan ooit. Belangrijker nog: de bedrijfsfiets (20 procent van de verkochte fietsen) komt serieus in het nauw.”

RAI Vereniging en haar zusterorganisaties zoals BOVAG zullen zich de komende maanden nog verder inspannen om de voorstellen die er liggen aangepast te krijgen. Fietsen vraagt immers om ruimte, ook binnen het fiscale regime!