‘Er moeten duidelijke gedragsrichtlijnen komen voor GT-berijders’

17-02-2015

“Hoewel zo’n 1,8 miljoen Nederlanders dagelijks de brom/snorfiets of scooter pakken, wordt dit vervoermiddel in het mobiliteitsbeleid vaak vergeten door beleidsmakers en bestuurders”, vindt Alex van den Hoff, voorzitter van RAI Vereniging afdeling Gemotoriseerde Tweewielers.

Alex van den Hoff voorzitter GT

Hij pleit in de nieuwe editie van GO!Mobility Magazine voor structureel meer ruimte voor alle nieuwe soorten twee- en driewielers in de steden.

GT prima alternatief
De overheid ziet volgens Van den Hoff alleen de fiets als alternatief voor de auto en het openbaar vervoer. Maar inmiddels is duidelijk dat zeker rond de steden veel mensen kiezen voor de E-bike, de speed E-bike, de snorscooter of de bromscooter omdat dat sneller, goedkoper of makkelijker is. Politici en beleidsmakers moeten hun ogen openen en in plaats van scooters te verbannen ruimte maken voor gemotoriseerde tweewielers in het verkeer. Hij zegt het te betreuren dat een product met zo veel enthousiaste gebruikers regelmatig met een negatieve ondertoon in het nieuws komt.

Eenduidige voertuigeisen
Eén van de uitgangspunten van RAI Vereniging die volgens hem wordt uitgedragen richting de beleidsmakers en wetgevers is dat de voertuigtechnologie niet onderscheidend mag zijn. “Eisen aan geluid, emissie en snelheid zou voor allen gelijk moeten zijn. Het is aan de fabrikant om een technologie te leveren die aan de eisen voldoet. Momenteel is dat vaak niet zo. De fiets mag op het fietspad onbeperkt hard rijden. Er zijn nu fietsen die met gemak 40 km p/u rijden. De snorfiets mag 25 km per uur en moet ook op die snelheid technisch zijn begrensd. Een auto wordt toch ook niet op 130 km p/u begrensd!”

Andere benadering
Van den Hoff zegt voor een andere benadering te willen pleiten. “Je kunt het namelijk ook omdraaien en zeggen: wij hebben in de toekomst een categorie producten met het label ‘licht gemotoriseerd’ en met een maximum toegestane ‘technische’ snelheid van 45 km/u. De plek op de weg bepaalt of iemand een helm op moet en wat de maximum snelheid is. Wie snel wil rijden kiest dan de rijbaan met 50 km/u en is verplicht een helm te dragen. Wie relaxed wil toeren kiest de tweewielerbaan waar een maximum snelheid van 25 km/u voor alle gebruikers geldt. In dat geval hoef je alleen het gedrag te beoordelen en eventueel te reguleren.”

Wereld op zijn kop
Dit impliceert, vervolgt hij, dat er in de toekomst wetgeving moet komen met duidelijke richtlijnen hoe een berijder zich dient te gedragen in plaats van dat de branche telkens oplossingen moet verzinnen om bepaald gedrag af te dwingen. “Dat is de wereld op zijn kop. Het kan toch niet zo zijn dat fabrikanten van gemotoriseerde tweewielers verantwoordelijk zijn voor het gedrag van de kopers van die producten. Laat ik duidelijk zijn: de producten die de sector levert voldoen aan hoge Europese standaarden en veiligheidseisen. Scooters maken geen verkeersovertredingen, dat doen de berijders.”