Familiebedrijven zijn leuker en sympathieker

16-12-2014

Familiebedrijven vormen de ruggengraat van de Nederlandse economie. Bijna tweederde (70%) van alle ondernemingen in ons land valt onder de noemer familiebedrijf. En ze leveren ook nog eens 49 procent van de werkgelegenheid.

Een en ander kunt u lezen in de nieuwe editie GO!Mobility Magazine. In deze uitgave, waarin familiebedrijven in de mobiliteitsbranche centraal staan, komen onder andere de Terberg Groep, ABUS Tweewielerservice, Van Eck en KAWE als familiebedrijf aan het woord.

Volgens het Nederlands Centrum voor het Familiebedrijf (NCFB) telt Nederland circa 260.000 familiebedrijven, waarmee het aandeel van familiebedrijven in ons land uit komt op bijna 70 procent.

 

 

Het NCFB fungeert als kenniscentrum voor familiebedrijven. Dit houdt in dat het NCFB onderzoek uitvoert, bestaande wetenschappelijke kennis toegankelijk maakt voor ondernemers en adviseurs en zich dus opwerpt als vraagbaak en bindmiddel voor familiebedrijven.

De maatschappelijke betrokkenheid van dit soort bedrijven is bovengemiddeld zegt Judith van Helvert-Beugels van het NCFB. “Begrippen als authenticiteit, duurzaamheid en vakmanschap, zitten als het ware verankerd in het DNA van een familiebedrijf. En dit vertaalt zich vaak in het zo duurzaam mogelijk maken van het productieproces.”

Ambivalente kenmerken
Toch vindt zij dat het succes van familiebedrijven in de juiste proporties moet worden geplaatst. Want familiebedrijven mogen dan per saldo winstgevender zijn dan andere ondernemingen en vaak een langer leven zijn beschoren, de specifieke kenmerken die familiebedrijven tot een succes maken, kunnen tegelijkertijd kwetsbare punten zijn. “Binnen het onderzoeksveld van familiebedrijven spreken we in dit kader over ‘ambivalente kenmerken’. Daarvan kan sprake zijn als de directeur-eigenaar als dominante stuwende kracht en het gezicht van de onderneming plotseling wegvalt.”

Betrokken personeel
Ook de relatief grote betrokkenheid van het personeel kan volgens haar een keerzijde hebben, omdat dit kan resulteren in een cultuur waarbij ‘alles kan’. En last but not least brengt Van Helvert-Beugels het onderwerp financiering ter sprake. “Dat geschiedt meestal met eigen vermogen. Een familiebedrijf kan, als het ergens in gelooft, een bepaalde investering langer de kans geven. Maar het mag natuurlijk geen (persoonlijke) hobby worden. Het gaat tenslotte wel om bedrijfskapitaal.”

Sympathieker imago
Dat familiebedrijven een grotere toegevoegde waarde creëren dan conventionele ondernemingen is voor haar geen onderwerp van discussie. Zij staat in dit verband volledig achter de uitspraak van de Amerikaanse hoogleraar Randel Carlock, dé internationale autoriteit in ondernemerschap en familiebedrijven. "Carlock stelt dat familiebedrijven absoluut leuker zijn en maatschappelijk ondernemen werkelijk hoog in het vaandel hebben staan."

Levensvatbaarder
"Als ik zie hoeveel kritische feedback ten tijde van de bankencrisis over het bedrijfsleven is uitgestort als gevolg van de jacht op korte termijnresultaten en persoonlijk gewin, dan denk ik: dat zal bij familiebedrijven niet snel gebeuren. Die zijn gewoon, vanwege hun langere termijnvisie en hun minder primair op financiële resultaten gerichte bedrijfscultuur, levensvatbaarder. En ze hebben over het algemeen ook een veel sympathieker imago."