‘Het totale wagenpark wordt inherent veilig en schoon’

15-12-2015

De maatschappelijke kosten van mobiliteit, nu geschat op drie procent van het BNP, zullen volgens Carlo van de Weijer, directeur Smart Mobility van TU Eindhoven en werkzaam bij TomTom, op termijn richting nul kunnen bij een gelijkblijvende of zelfs groeiende mobiliteitsvraag.

Door verregaande technologische ontwikkelingen zullen de nadelige effecten van mobiliteit namelijk verdwijnen. Mobiliteit wordt inherent veilig, schoon, zelforganiserend en leidt tot minder voertuigverliesuren. En de auto levert de overheid (nu al) meer op dan hij kost.

Het dogma dat auto’s vervuilend zijn en ongelukken veroorzaken is volgens Van de Weijer niet langer houdbaar. Auto’s worden namelijk, zegt hij, als het ware slimmer in het kwadraat, betoogt hij in de nieuwe editie van GO!Mobility Magazine. “Techniek maakt de zelfrijdende auto inherent schoon én allerlei zaken rondom de auto, zoals het slimmer organiseren van het verkeer, versterken dit effect.”

Kritisch kijken naar OV
Hij erkent dat het terugdringen van de CO2-uitstoot nog wel een uitdaging is. Tegelijkertijd vraagt hij zich af of de mobiliteitssector wel de meest effectieve is om het CO2-probleem aan te pakken. Van de Weijer rekent voor dat het voorkomen van 1 kilo CO2-uitstoot per auto gemiddeld 11 cent kost. “Voor het OV is dat zelfs 1,10 euro. Een investering in HR-ketels, zonnecellen, isolatie etc. kost slechts tussen de 0,5 en 4,0 cent per kilo CO2-reductie en levert dus veel meer op. Deze berekening maakt naar mijn mening twee dingen duidelijk: het bewijst dat de mobiliteitssector niet de meest logische is om CO2 te besparen en levert opnieuw een argument om kritisch naar het OV te kijken.

Enorme veiligheidsmarges
Van de toegevoegde waarde van een volledig autonoom rijdende auto is Van de Weijer minder overtuigd. “Als namelijk de volledige verantwoordelijkheid bij het voertuig en niet bij de bestuurder komt te liggen, gaat de fabrikant enorme veiligheidsmarges inbouwen. Met als consequentie dat een auto grotere afstanden gaat aanhouden ten opzichte van andere voertuigen en objecten en trager wordt in het verkeer. Om dat te voorkomen is optimale communicatie tussen auto’s onderling een randvoorwaarde. Dat laatste is echter veel complexer en een grotere uitdaging dan autonoom rijden zelf.”

Hij onderscheidt op het gebied van autonoom rijden drie fases: 1) het inherent veilig maken van auto’s met behulp van allerlei ADAS-achtige systemen, 2) het overdragen van taken van de bestuurder aan de auto in niet-kritische situaties gericht op veiligheid en comfort - automatisch rijden op de snelweg, automatisch inparkeren - en 3) volledig autonoom rijden à la de Google Car.

Pizza economie
Van de Weijer zegt te verwachten dat de auto en de fiets (smart bike), naast lopen en het vliegtuig, uiteindelijk als enige over zullen blijven als duurzame mobiliteitsvormen. “Als je de externe kosten van alle modaliteiten zou verwerken in de prijs van een kaartje, dan zouden veel minder mensen gebruik maken van de bus, trein, tram of metro.”

Qua logistiek gaat er naar zijn mening eveneens veel veranderen. “We krijgen een pizza economie, waarbij ‘delivery on demand’ vanzelfsprekend wordt. Nu besteld, het product binnen een half uur in huis. Dat wordt de norm.”

Ten slotte is Van de Weijer ervan overtuigd dat elektrische voertuigen op termijn extreem goedkoop zullen worden. “Een kilowatt aardgas zal in 2024 duurder zijn dan een kilowatt door zonnecellen opgewekte stroom. En een elektrische auto hoeft straks niet veel meer te kosten dan tweemaal de batterij. Dan kun je voor pakweg 100 euro per maand in een e-car rijden.”