Overheid moet 'Made in Holland'-kwaliteit meer propageren

16-12-2014

De Nederlandse overheid zou meer moeten doen om de maakindustrie uit eigen land op buitenlandse fora te propageren, zegt Alvin de Weerd, directeur van KAWE, fabrikant van rem- en frictiedelen, in de nieuwe editie van GO!Mobility.

Het Nederlandse familiebedrijf exporteert de in eigen huis vervaardigde frictiedelen naar zo’n zestig landen in de wereld. De naamsbekendheid is volgens De Weerd over de grens veel groter dan in eigen land.

De Weerd zegt in GO!Mobility Magazine het teleurstellend te vinden dat de Nederlandse maakindustrie zo weinig support krijgt van de overheid, terwijl andere automotive spelers in het buitenland die steun wel ontvangen.

Ondersteuning overheid
Hij wijst in dit verband naar Automechanika in Frankfurt, de meest toonaangevende vakbeurs op automotive gebied. “Automechanika kent een aantal zusterbeurzen in o.a. Dubai, Istanbul, Kuala Lumpur en Sao Paolo. Mij valt dan op dat Duitsland nadrukkelijk de eigen automotive bedrijven een platform biedt door ze bijna kosteloos op een Duits paviljoen te laten staan om zo het eigen exportproduct te promoten. Spanje doet iets vergelijkbaars, evenals Zuid-Afrika.”

Duwtje in de rug
De directeur van KAWE is van mening dat als een Nederlands bedrijf er voor kiest om te blijven produceren in een hoge lonenland, daar van overheidswege best iets tegenover mag staan. “Aan de arbeidskosten kunnen we immers niets veranderen. Maar probeer de Nederlandse maakindustrie dan tenminste op een andere manier een duwtje in de rug te geven. Dat is goed voor de werkgelegenheid, goed voor de economie, goed voor de ondernemers. Kortom, goed voor iedereen!”, aldus De Weerd.

Zie voor initiatieven vanuit de branche zelf in dit kader onder meer het RAI Industry Platform en de collectieve beursdeelnames vanuit afdeling Speciale Voertuigen.