Toekomstbestendige stad vraagt om slimmere inrichting

16 februari 2021

De huidige inrichting van steden voldoet niet meer. Er is een andere ontwerpmethodiek nodig om de groeiende diversiteit aan voertuigen in de stad veilig in goede banen te leiden, de bestaande vervoersstromen te optimaliseren en daarmee de bereikbaarheid op peil te houden. Het project Stedelijke Mobiliteit van RAI Vereniging biedt hiervoor praktische handvatten. Uitgangspunt vormt de invoering van een nieuw voertuigcategoriesysteem, waarbij elke ‘voertuigfamilie’ een vaste plek op de weg krijgt, gekoppeld aan een maximale snelheid.

Toekomstbestendige stad (Sacha en Martijn)

De aanleiding bij het ontwikkelen van een integrale ontwerpaanpak om steden anders in te richten was tweeledig, vertelt Sacha Boedijn, sectiemanager Fietsen van RAI Vereniging in GO!Mobility: ‘de groeiende drukte in de stad in goede banen leiden om zo de bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid te verbeteren en tegelijkertijd innovaties mogelijk te maken.’

Ideale stad
Martijn van Eikenhorst, manager van de secties Scooters en Motoren, legt uit dat het project Stedelijke Mobiliteit voortborduurt op het gedachtegoed ‘Verkeer in de stad’ van de ANWB. ‘Het belangrijkste verschil is dat zij een toekomstbeeld van de stedelijke infrastructuur schetsen. Wij hebben hun filosofie vertaald naar de dagelijkse praktijk, waarbij direct wordt aangehaakt bij de nationale en Europese wet- en regelgeving. Wetgeving loopt vrijwel altijd achter op voertuiginnovaties en dit project geeft duidelijkheid over hoe een stad idealiter moet worden ingericht.’

Zes voertuigfamilies
Concreet komt dit er op neer dat voertuigen worden ingedeeld in een zestal zogeheten ‘voertuigfamilies’ op basis van een maximale constructiesnelheid, maximale breedte en massa rijklaar gewicht, waarbij de Europese voertuigwetgeving leidend is. Dit resulteert in een matrix van A) voetgangers; B) fiets-achtige; C) lichte motorvoertuigen (snorfiets, e-(bak)fiets, bromfiets, quad, motorfiets en riksja); D) auto en auto-achtige, inclusief lichte bestelbusjes; E) vrachtauto’s en vrachtauto-achtige, inclusief bussen en F) trams en ander railverkeer.

Vier verkeersmilieu’s
Boedijn: ‘Bij iedere voertuigfamilie hoort een maximaal toegestane snelheid. Die hangt af van het ‘stedelijke verkeersmilieu’ of wegdomein. In zo’n verkeersmilieu – er zijn er in totaal vier – geldt voor alle verkeersdeelnemers dezelfde maximale snelheid: 10, 25 ,45 of meer dan 45 kilometer per uur. Dit biedt als voordeel dat op een wegdeel dat tot een bepaalde voertuigfamilie behoort uitsluitend gelijkwaardige verkeersdeelnemers rijden. Dit beperkt gewichts- en snelheidsverschillen tussen voertuigen en bevordert de verkeersveiligheid substantieel.’

Toekomstbestendige infra
Beiden erkennen dat een noodzakelijke herindeling van steden nog niet altijd even scherp op het netvlies van de politiek staat. Een gezonde mobiliteit, een centraal thema van RAI Vereniging in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen, impliceert echter automatisch een leefbare stad. Daarom zouden politieke partijen in hun verkiezingsprogramma’s moeten opnemen dat de infrastructuur in steden toekomstbestendig dient te zijn, vinden zij.